1. Home
  2. Onderwerpen
  3. Beleggen
  4. Box 3 uitgelegd in 2026: hoe worden spaargeld en beleggingen belast?
Box 3 uitgelegd in 2026: hoe worden spaargeld en beleggingen belast?

Box 3 uitgelegd in 2026: hoe worden spaargeld en beleggingen belast?

6 min lezen

Stel, je hebt op 1 januari 2026 een spaarrekening, een beleggingsrekening en misschien nog een kleine schuld. Dan wil je vooral één ding weten: waar betaal je in box 3 nu eigenlijk belasting over?

Het korte antwoord is dat box 3 in 2026 nog werkt met fictieve rendementen. De Belastingdienst kijkt dus niet standaard naar wat je echt hebt verdiend met spaargeld of beleggingen, maar rekent met vaste percentages per vermogenscategorie. Daarover betaal je vervolgens belasting. Tegelijk is er wel een tegenbewijsregeling als je werkelijke rendement lager ligt.

Juist dat maakt box 3 in 2026 verwarrend. Je betaalt niet simpelweg belasting over je saldo, maar over een berekend voordeel, met vrijstellingen, een peildatum en verschillende percentages voor spaargeld, beleggingen en schulden.

Hoe box 3 in 2026 werkt

Box 3 is bedoeld voor belasting over vermogen, zoals sparen en beleggen. In 2026 geldt de Overbruggingswet box 3. Dat is een tijdelijk stelsel met fictieve rendementen.

De peildatum is 1 januari 2026. Je kijkt dus naar je vermogen op die datum. Wat je later in het jaar spaart, opneemt of belegt, verandert die peildatum niet.

In 2026 is het belastingtarief in box 3 36 procent over het berekende voordeel.

Je heffingsvrije vermogen in 2026

Niet je hele vermogen wordt belast. Eerst geldt het heffingsvrije vermogen. In 2026 is dat:

  • € 59.357 per persoon
  • € 118.714 voor fiscale partners

Pas het vermogen boven die vrijstelling telt mee voor box 3.

Heb je daarnaast groene beleggingen, dan geldt in 2026 nog een extra vrijstelling:

  • € 26.715 per persoon
  • € 53.430 voor fiscale partners

Die vrijstelling voor groene beleggingen wordt naar verwachting vanaf 2027 verlaagd en in 2028 afgeschaft.

De percentages voor spaargeld, beleggingen en schulden

In 2026 gebruikt box 3 verschillende forfaitaire rendementen. Dat zijn vaste percentages waarmee het belastbare voordeel wordt berekend.

Voor 2026 zijn dat:

  • Banktegoeden, zoals spaargeld: 1,28 procent, voorlopig
  • Overige bezittingen, zoals beleggingen: 6,00 procent, definitief
  • Schulden: 2,70 procent, voorlopig

Voor banktegoeden en schulden geldt dat de definitieve vaststelling begin 2027 plaatsvindt.

Dat verschil is belangrijk. Spaargeld wordt in 2026 veel lager forfaitair belast dan beleggingen, terwijl beleggingen juist met 6,00 procent meetellen in de berekening.

Wanneer schulden meetellen

Schulden in box 3 mag je niet onbeperkt meenemen. Er geldt in 2026 eerst een schuldendrempel van:

  • € 3.800 per persoon
  • € 7.600 voor fiscale partners

Alleen schulden boven die drempel tellen mee in box 3.

Hoe de belasting over spaargeld en beleggingen wordt berekend

De kern van box 3 in 2026 is deze volgorde: je kijkt naar je vermogen op 1 januari 2026, trekt vrijstellingen af, rekent per categorie met het bijbehorende forfaitaire rendement en betaalt daarna 36 procent belasting over het berekende voordeel.

Een vereenvoudigd voorbeeld helpt.

Rekenvoorbeeld met alleen spaargeld

Stel dat je op 1 januari 2026 € 80.000 spaargeld hebt en geen beleggingen of schulden.

Je heffingsvrije vermogen is € 59.357. Dan blijft er € 20.643 over dat in box 3 meetelt.

Voor banktegoeden geldt in 2026 een voorlopig forfaitair rendement van 1,28 procent. Het berekende voordeel is dan 1,28 procent van € 20.643.

Dat komt uit op ongeveer € 264,23.

Daarover betaal je 36 procent belasting. Dat is ongeveer € 95,12.

Dit voorbeeld laat goed zien dat je in box 3 niet 36 procent over je spaargeld betaalt, maar 36 procent over het berekende rendement.

Rekenvoorbeeld met spaargeld en beleggingen

Stel dat je op 1 januari 2026 € 50.000 spaargeld en € 40.000 aan beleggingen hebt. Samen is dat € 90.000.

Na aftrek van het heffingsvrije vermogen van € 59.357 blijft € 30.643 over dat belast wordt in box 3.

Binnen het stelsel van 2026 maakt het uit of dat vermogen uit spaargeld of beleggingen bestaat, omdat daar verschillende forfaitaire rendementen voor gelden. Voor spaargeld is dat 1,28 procent, voor beleggingen 6,00 procent.

Je ziet meteen waarom veel mensen met beleggingen meer box 3-heffing ervaren dan mensen met alleen spaargeld. Niet per se omdat hun vermogen veel groter is, maar omdat het fictieve rendement op beleggingen veel hoger ligt.

Rekenvoorbeeld met schulden

Stel dat je een fiscale partner hebt en jullie hebben op 1 januari 2026 € 140.000 vermogen en € 10.000 schulden in box 3.

Voor fiscale partners is het heffingsvrije vermogen € 118.714. Daarnaast geldt voor schulden een drempel van € 7.600. Alleen het deel van de schulden boven die drempel telt mee. In dit voorbeeld is dat € 2.400.

Op schulden wordt in 2026 gerekend met een voorlopig forfaitair percentage van 2,70 procent. Dat werkt dus verlagend in de berekening van het box 3-voordeel.

De exacte uitkomst hangt af van de verdeling tussen banktegoeden en overige bezittingen. Maar het principe blijft hetzelfde: eerst kijk je naar de peildatum, daarna naar vrijstellingen en drempels, vervolgens naar de percentages per categorie.

Wat als je werkelijke rendement lager is?

Een belangrijk punt in 2026 is de tegenbewijsregeling. Als je werkelijke rendement lager is dan het rendement waarmee box 3 rekent, kun je daar mogelijk een beroep op doen.

Daarvoor is het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement beschikbaar.

Dat is vooral relevant voor mensen die volgens de forfaitaire regels een relatief hoog voordeel toegerekend krijgen, terwijl hun werkelijke opbrengst lager was. Denk bijvoorbeeld aan jaren waarin beleggingen minder opleveren dan het forfait of waarin spaargeld nauwelijks rente heeft opgeleverd.

Waarom 2026 een tussenjaar is

Het stelsel van 2026 is niet het eindpunt. Vanaf 2028 is de geplande overstap naar een nieuw box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement.

Dat maakt 2026 een overgangsjaar binnen de tijdelijke regels van de Overbruggingswet box 3. Voor nu werkt de belasting dus nog met fictieve rendementen, maar de richting is al duidelijk: uiteindelijk moet het werkelijke rendement leidend worden.

Waar je in 2026 extra op moet letten

Als je box 3 voor 2026 wilt inschatten, zijn er een paar punten die echt verschil maken.

Kijk eerst naar je vermogen op precies 1 januari 2026. Dat is de peildatum, en dus het moment dat telt.

Controleer daarna of je onder of boven het heffingsvrije vermogen uitkomt. Voor alleenstaanden ligt die grens op € 59.357, voor fiscale partners op € 118.714.

Heb je groene beleggingen, dan kan de vrijstelling in 2026 nog relevant zijn. Maar die regeling wordt naar verwachting vanaf 2027 afgebouwd en in 2028 afgeschaft.

En heb je schulden, vergeet dan de schuldendrempel niet. Een kleine schuld levert in box 3 niet automatisch voordeel op, omdat eerst de drempel van € 3.800 per persoon of € 7.600 voor fiscale partners geldt.

Dit artikel is informatief en geen persoonlijk financieel advies. Raadpleeg voor jouw situatie een onafhankelijk adviseur.

FAQ

Hoeveel belasting betaal je in box 3 in 2026?

In 2026 is het tarief in box 3 36 procent over het berekende voordeel. Je betaalt dus niet 36 procent over je totale vermogen, maar over het forfaitair berekende rendement.

Hoe hoog is het heffingsvrije vermogen in 2026?

Het heffingsvrije vermogen is in 2026 € 59.357 per persoon en € 118.714 voor fiscale partners.

Hoe wordt spaargeld belast in box 3 in 2026?

Voor banktegoeden geldt in 2026 een voorlopig forfaitair rendement van 1,28 procent. Over het berekende voordeel betaal je vervolgens 36 procent belasting.

Hoe worden beleggingen belast in box 3 in 2026?

Voor overige bezittingen, zoals beleggingen, geldt in 2026 een definitief forfaitair rendement van 6,00 procent. Ook hier betaal je 36 procent over het berekende voordeel.

Kun je bezwaar maken als je werkelijke rendement lager is?

Er is in 2026 een tegenbewijsregeling mogelijk bij lager werkelijk rendement. Daarvoor is het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement beschikbaar.

Gaat box 3 in de toekomst veranderen?

Ja, vanaf 2028 is de overstap gepland naar een stelsel op basis van werkelijk rendement.