1. Home
  2. Onderwerpen
  3. Pensioen
  4. Lijfrente uitgelegd: wanneer is inleggen aftrekbaar en wat zijn de regels?
Lijfrente uitgelegd: wanneer is inleggen aftrekbaar en wat zijn de regels?

Lijfrente uitgelegd: wanneer is inleggen aftrekbaar en wat zijn de regels?

7 min lezen

Je bouwt pensioen op via je werkgever, of misschien juist niet. Ondertussen wil je later niet afhankelijk zijn van alleen AOW. Dan kom je al snel uit bij lijfrente. Vooral de fiscale kant roept vragen op. Wanneer is inleggen aftrekbaar, hoeveel mag je dan aftrekken, en wat zijn de regels als het geld later weer vrijkomt?

Voor veel mensen zit de kern in twee dingen: je moet een pensioentekort hebben, en je moet binnen de fiscale ruimte blijven. Doe je dat goed, dan is een storting in een lijfrente in box 1 aftrekbaar in het jaar waarin je inlegt. Maar de regels stoppen daar niet. Ook voor de uitkering gelden duidelijke voorwaarden.

Wanneer is inleggen in een lijfrente aftrekbaar?

Inleggen in een lijfrente is fiscaal aftrekbaar onder voorwaarden. De belangrijkste voorwaarde is dat je een pensioentekort hebt. Dat tekort bereken je via je jaarruimte en, als je in eerdere jaren niet alles hebt gebruikt, via je reserveringsruimte.

De aftrek geldt in box 1 van de inkomstenbelasting. Het belastingvoordeel kan oplopen tot 49,5 procent in 2026. De inleg is aftrekbaar in het jaar van storting.

Er zijn wel grenzen aan wat meetelt. De inleg moet terechtkomen op een speciale geblokkeerde rekening of verzekering. Een gewone spaarrekening telt dus niet mee. Ook kun je de aftrek niet toerekenen aan je partner.

Dat laatste is praktisch belangrijk. Stel dat jij de storting doet, dan hoort de aftrek ook bij jou. Je kunt die niet verschuiven naar de partner met het hoogste inkomen.

Jaarruimte en reserveringsruimte, hier draait het om

Of een lijfrentestorting aftrekbaar is, hangt af van je fiscale ruimte. Die bestaat uit jaarruimte en reserveringsruimte.

Jaarruimte is de ruimte om in een bepaald jaar fiscaal voordelig extra pensioen op te bouwen. Voor 2026 is de maximale jaarruimte € 35.589, als je geen werkgeverspensioen hebt.

Reserveringsruimte is de ongebruikte jaarruimte van de afgelopen tien jaar. Voor 2026 is de maximale reserveringsruimte € 42.753.

Samen bepalen die hoeveel je in totaal kunt aftrekken. Voor 2025 is de totale aftrek, jaarruimte plus reserveringsruimte, maximaal € 77.906.

Dat betekent niet automatisch dat iedereen dit bedrag kan benutten. Het is een bovengrens. Jouw werkelijke ruimte hangt af van je situatie.

Hoe bereken je je jaarruimte?

Je jaarruimte bereken je met je bruto-inkomen en je pensioenopbouw van het vorige jaar. Voor die pensioenopbouw gebruik je de zogeheten factor A. Die vind je op je Uniform Pensioenoverzicht, het UPO.

Heb je in een jaar weinig of geen pensioen opgebouwd, dan kan je jaarruimte groter zijn. Heb je juist veel pensioen via je werkgever opgebouwd, dan blijft er minder ruimte over voor een aftrekbare lijfrentestorting.

Je hoeft dat niet helemaal met de hand uit te rekenen. De Belastingdienst heeft een hulpmiddel voor de jaarruimteberekening.

Een punt om op te letten: ongebruikte jaarruimte van meer dan tien jaar terug vervalt. Je kunt oude ruimte dus niet onbeperkt meenemen. Tegelijk zijn de regels sinds 2023 versoepeld, waardoor er meer ruimte kan zijn dan voorheen.

Een simpel voorbeeld zonder eigen berekening te verzinnen

Neem iemand die aanvullend pensioen wil opbouwen en ontdekt dat er een pensioentekort is. Diegene berekent eerst de jaarruimte met het bruto-inkomen en de factor A op het UPO. Daarna kijkt hij of er ook nog ongebruikte ruimte uit eerdere jaren is, de reserveringsruimte.

Komt daar voldoende ruimte uit, dan kan een storting op een geblokkeerde lijfrenterekening of in een lijfrenteverzekering aftrekbaar zijn in box 1, in het jaar waarin het bedrag is ingelegd. Het belastingvoordeel kan in 2026 oplopen tot 49,5 procent.

De volgorde is dus belangrijk. Eerst berekenen, daarna storten.

Welke vormen van lijfrente zijn er?

Er zijn twee vormen.

Een lijfrenteverzekering sluit je af bij een verzekeraar. Die keert levenslang uit.

Een bancaire lijfrente loopt via een geblokkeerde bankrekening. Daarbij bouw je vermogen op via sparen of beleggen. De regels zijn bijna hetzelfde als bij een verzekering, al zijn er kleine verschillen.

Voor de aftrekbaarheid maakt vooral uit dat het geld op een speciale geblokkeerde rekening of verzekering staat. Daar zit de fiscale voorwaarde.

Wanneer en hoe moet de uitkering ingaan?

Een lijfrente is bedoeld voor later. Op enig moment moet de opbouwfase overgaan in een uitkeringsfase. Ook daar gelden regels voor.

De uiterste ingangsdatum is 31 december van het 5e jaar na je AOW-leeftijd. Wacht je te lang met omzetten of laten ingaan, dan kan belasting verschuldigd zijn over de waarde en komt daar revisierente bij.

Je hebt in de uitkeringsfase de keuze om te laten uitkeren, uit te stellen of af te kopen. Die laatste optie klinkt soms aantrekkelijk als je direct geld nodig hebt, maar is fiscaal vaak ongunstig.

Tijdelijke of levenslange uitkering

Bij een tijdelijke uitkering geldt een minimale duur van 5 jaar. Voor 2026 is de maximale tijdelijke uitkering € 27.192 bruto per jaar.

Kies je voor een levenslange uitkering, dan gelden er geen voorwaarden voor ingangsdatum of hoogte. Ga je de uitkering eerder laten ingaan dan je AOW-leeftijd, dan moet die wel levenslang uitkeren.

Bij een bancaire levenslange lijfrente geldt dat er minimaal 20 jaar moet worden uitgekeerd.

Hier zit dus een belangrijk onderscheid tussen tijdelijk en levenslang. Niet elke vorm biedt dezelfde vrijheid.

Hoe wordt de uitkering belast?

Waar je tijdens de opbouwfase mogelijk aftrek krijgt, betaal je tijdens de uitkeringsfase belasting. Lijfrente-uitkeringen zijn belast in box 1.

Daarnaast betaal je premie Zorgverzekeringswet over de uitkering, ongeveer 6 procent.

Dat betekent dat het fiscale voordeel niet neerkomt op belastingvrij geld. Je verschuift belasting in de tijd. Eerst kan de inleg aftrekbaar zijn, later zijn de uitkeringen belast.

Afkopen, dit is meestal de dure afslag

Soms wil iemand het opgebouwde bedrag in één keer opnemen. Dat heet afkoop. Dan betaal je belasting over de afkoopsom. Vaak komt daar ook revisierente bij, een boete die kan oplopen tot 20 procent.

Ook als je de lijfrente niet op tijd omzet of laat ingaan, kun je te maken krijgen met belasting over de waarde en revisierente.

Daarom is het verstandig om ruim voor de uiterste datum te kijken wat je met het opgebouwde kapitaal gaat doen. Niet omdat alles ingewikkeld moet zijn, maar omdat te laat handelen hier direct geld kan kosten.

Let extra op oude lijfrentes

Niet elke lijfrente valt onder exact dezelfde regels. De regels voor lijfrente-uitkeringen hangen af van je leeftijd en van de datum waarop is ingelegd.

Er zijn in elk geval afwijkende regels voor lijfrenten die zijn gesloten voor 1 januari 1992. Ook voor kapitalen die zijn ingelegd voor 1 januari 2014 gelden andere regels.

Heb je een oud product of meerdere oude polissen, dan is het extra belangrijk om te controleren welk regime van toepassing is. De algemene regels geven dan niet altijd het hele beeld.

Waar je praktisch op moet letten

Voor je een storting doet, is het handig om deze punten langs te lopen:

  • Controleer of je een pensioentekort hebt.
  • Bereken je jaarruimte met je bruto-inkomen en factor A op het UPO.
  • Kijk of je nog reserveringsruimte uit eerdere jaren hebt.
  • Gebruik alleen een speciale geblokkeerde rekening of verzekering.
  • Let op het juiste belastingjaar van de storting.
  • Houd rekening met de regels voor de latere uitkering.
  • Controleer bij oudere producten of er afwijkende regels gelden.

Dit artikel is informatief en geen persoonlijk financieel advies. Raadpleeg voor jouw situatie een onafhankelijk adviseur.

FAQ

Is lijfrente altijd aftrekbaar?

Nee. Inleggen is alleen aftrekbaar als je een pensioentekort hebt en binnen je jaarruimte en reserveringsruimte blijft.

Hoe weet ik hoeveel lijfrente ik mag aftrekken?

Dat bereken je met je jaarruimte en eventueel reserveringsruimte. Je gebruikt daarvoor je bruto-inkomen, je pensioenopbouw van het vorige jaar en de factor A op je UPO.

In welk jaar krijg ik de aftrek?

De inleg is aftrekbaar in het jaar van storting, zolang je aan de voorwaarden voldoet.

Mag ik een lijfrente afkopen?

Dat kan, maar dan betaal je belasting over de afkoopsom en vaak ook revisierente, met een boete tot 20 procent.

Wanneer moet een lijfrente-uitkering uiterlijk ingaan?

Uiterlijk op 31 december van het 5e jaar na je AOW-leeftijd.

Zijn de regels voor oude lijfrentes anders?

Ja. Voor lijfrenten van voor 1 januari 1992 en voor kapitalen die voor 1 januari 2014 zijn ingelegd, gelden afwijkende regels.