1. Home
  2. Onderwerpen
  3. Pensioen
  4. STIPP pensioen begrijpen zonder jargon: regeling, premie en uitkering uitgelegd
STIPP pensioen begrijpen zonder jargon: regeling, premie en uitkering uitgelegd

STIPP pensioen begrijpen zonder jargon: regeling, premie en uitkering uitgelegd

6 min lezen

Een loonstrook met pensioeninhouding roept vaak dezelfde vraag op: waar gaat dat bedrag precies naartoe, en wat krijg je er later voor terug? Bij STIPP pensioen speelt dat extra, omdat veel uitzendkrachten en gedetacheerden pas met de regeling te maken krijgen als ze al aan het werk zijn.

Vanaf 1 januari 2026 is de opzet bovendien veranderd. Er is nog maar één uniforme regeling, de oude Basis- en Plusregeling zijn vervallen. Ook de werknemersbijdrage is vanaf dat moment verplicht. Daardoor is het handig om de kern simpel te houden: voor wie geldt deze regeling, hoe wordt de premie berekend en hoe verandert die premie later in een uitkering?

Voor wie deze pensioenregeling geldt

Deze regeling is bedoeld voor uitzendkrachten en gedetacheerden. Daarbij gaat het om werknemers die werken bij een bedrijf waarvan meer dan 50 procent van de loonsom bestaat uit terbeschikkingstelling.

Vanaf 1 januari 2026 geldt deelname vanaf 18 jaar tot de AOW-leeftijd. Er is geen wachttijd. Dat betekent dat pensioenopbouw direct kan starten zodra je onder de regeling valt.

Hoe STIPP pensioen in grote lijnen werkt

De werking is eenvoudiger dan veel mensen denken.

Eerst werk je als uitzendkracht of gedetacheerde en val je onder de voorwaarden van de regeling. Daarna betalen werkgever en werknemer samen premie over de pensioengrondslag. STIPP belegt die premie in een persoonlijke pensioenpot. Op de pensioenleeftijd wordt dat opgebouwde kapitaal omgezet in een uitkering.

Daar zit meteen een belangrijk punt in: het gaat niet om pensioenopbouw over je hele loon. De berekening loopt via een pensioengrondslag, en daarin spelen een franchise en een maximum uurloon mee.

De regeling vanaf 1 januari 2026

Vanaf 1 januari 2026 is er één uniforme regeling. De oude Basis- en Plusregeling bestaan dan niet meer.

Ook deze veranderingen horen daarbij:

  • de totale premie stijgt naar 23,4 procent van de pensioengrondslag
  • de werknemersbijdrage is verplicht
  • de pensioenleeftijd is gekoppeld aan de AOW-leeftijd
  • partner- en wezenpensioen zijn standaard verzekerd
  • er is een eenmalige toedeling of compensatie voor oudere oud-deelnemers en deelnemers

Voor veel flexwerkers zijn vooral het eerste en derde punt relevant: de premie wordt op een vaste manier berekend, en de pensioenleeftijd is niet een vast getal zoals 67 of 68 jaar, maar gekoppeld aan de AOW-leeftijd.

Zo wordt de premie berekend

De berekening begint met de pensioengrondslag. Vanaf 2026 geldt deze formule:

Pensioengrondslag = (pensioengevend uurloon – uurfranchise) x aantal pensioengevende uren

Daarbij gelden vanaf 2026 deze grenzen:

  • uurfranchise: 9,24 euro per uur
  • maximum pensioengevend uurloon: 42,42 euro per uur

De totale premie is vervolgens 23,4 procent van die pensioengrondslag.

Van die 23,4 procent is in 2026:

  • 15,9 procent het werkgeversdeel
  • maximaal 7,5 procent het werknemersdeel

Van de totale premie is 20 procent bedoeld voor pensioenopbouw. De overige premie is voor dekking bij overlijden, arbeidsongeschiktheid en kosten.

Rekenvoorbeeld met 25,00 euro per uur

Stel, je bruto uurloon is 25,00 euro en je werkt 120 uur in een maand.

Je uurloon ligt onder het maximum pensioengevend uurloon van 42,42 euro. Daarom reken je met 25,00 euro.

De pensioengrondslag per uur is dan:

25,00 – 9,24 = 15,76 euro

De totale pensioengrondslag per maand wordt:

15,76 x 120 = 1.891,20 euro

De totale premie per maand is vervolgens:

23,4 procent van 1.891,20 = 442,43 euro

Die premie wordt in dit voorbeeld verdeeld als:

  • werknemersbijdrage: 141,84 euro
  • werkgeversbijdrage: 300,59 euro

Zo zie je meteen waarom de inhouding op je loonstrook lager is dan de totale premie. Een deel komt van de werkgever.

Rekenvoorbeeld bij een hoger uurloon

Neem nu een bruto uurloon van 50,00 euro en 160 uur per maand.

Dan geldt het maximum pensioengevend uurloon van 42,42 euro. Voor de berekening telt dus niet 50,00 euro mee, maar 42,42 euro.

De pensioengrondslag per uur is dan:

42,42 – 9,24 = 33,18 euro

De totale pensioengrondslag per maand wordt:

33,18 x 160 = 5.308,80 euro

De totale premie per maand is:

23,4 procent van 5.308,80 = 1.242,26 euro

De verdeling is in dit voorbeeld:

  • werknemersbijdrage: 398,16 euro
  • werkgeversbijdrage: 844,10 euro

Dit voorbeeld laat goed zien dat pensioenopbouw niet onbeperkt meestijgt met je loon. Boven het maximum pensioengevend uurloon telt extra uurloon niet mee voor deze regeling.

Wat je later krijgt: van pensioenpot naar uitkering

De premie die wordt ingelegd, komt in een persoonlijke pensioenpot terecht. STIPP belegt die premie. Op de pensioenleeftijd wordt het opgebouwde kapitaal omgezet in een uitkering.

De pensioenleeftijd is vanaf 1 januari 2026 gekoppeld aan de AOW-leeftijd. Dat is een belangrijk verschil met het idee dat pensioen altijd op een vaste leeftijd ingaat.

Wil je eerder of later met pensioen, dan moet je die keuze uiterlijk 3 maanden voor je pensioendatum doorgeven.

Misverstanden die vaak voor verwarring zorgen

Rond flexwerkerpensioen gaan een paar dingen vaak mis.

De eerste is dat mensen denken dat pensioen over het hele salaris wordt opgebouwd. Dat klopt hier niet, omdat je rekent met een franchise en met een maximum uurloon.

De tweede is dat mensen nog uitgaan van de oude opzet met een Basis- en Plusregeling. Vanaf 1 januari 2026 bestaan die niet meer.

De derde is dat werknemers soms verrast zijn door een inhouding op hun loon. Vanaf 1 januari 2026 is de werknemersbijdrage verplicht.

Tot slot denken sommigen dat de pensioenleeftijd vaststaat op 67 of 68 jaar. Voor deze regeling is die vanaf 2026 gekoppeld aan de AOW-leeftijd.

Waar je jouw pensioen kunt bekijken

Wie wil weten hoeveel er is opgebouwd, kan op meerdere plekken kijken.

Via Mijn StiPP Pensioen kun je online met DigiD inloggen. Je kunt ook het Uniform Pensioenoverzicht bekijken dat je jaarlijks ontvangt. Voor een totaalbeeld van al je pensioenen kun je terecht op Mijnpensioenoverzicht.nl, ook met DigiD.

Heb je een vraag over je situatie, dan kun je contact opnemen met de StiPP Klantenservice via 030-2775690 op werkdagen van 8:30 tot 17:00.

Handige termijnen om in de gaten te houden

Een paar termijnen zijn praktisch om te onthouden.

Als je een keuze wilt maken voor eerder of later pensioen, moet dat uiterlijk 3 maanden voor je pensioendatum. Ben je het niet eens met een besluit of ben je ontevreden, dan kun je binnen 2 maanden een klacht indienen. Daarna kun je binnen 6 weken na het besluit van de klantenservice beroep instellen bij het bestuur van STIPP.

Dit artikel is informatief en geen persoonlijk financieel advies. Raadpleeg voor jouw situatie een onafhankelijk adviseur.

FAQ

Wanneer begin je met STIPP pensioen?

Vanaf 1 januari 2026 neem je deel vanaf 18 jaar tot de AOW-leeftijd, zonder wachttijd, als je als uitzendkracht of gedetacheerde onder de regeling valt.

Hoe hoog is de premie voor een uitzendkracht in 2026?

De totale premie is 23,4 procent van de pensioengrondslag. Daarvan is 15,9 procent het werkgeversdeel en maximaal 7,5 procent het werknemersdeel.

Bouw je pensioen op over je hele uurloon?

Nee. De berekening gaat uit van het pensioengevend uurloon min de uurfranchise van 9,24 euro, met een maximum pensioengevend uurloon van 42,42 euro per uur in 2026.

Bestaan de Basis- en Plusregeling nog?

Nee. Vanaf 1 januari 2026 zijn die vervangen door één uniforme regeling.

Waar kun je je opgebouwde pensioen bekijken?

Dat kan via Mijn StiPP Pensioen met DigiD, via je jaarlijkse Uniform Pensioenoverzicht en via Mijnpensioenoverzicht.nl.

Wanneer mag een klein pensioen worden afgekocht?

In 2026 ligt de afkoopgrens voor een klein pensioen op 632,63 euro bruto per jaar.