Twee jaar eerder stoppen met werken klinkt overzichtelijk, tot je de fiscale regels erbij pakt. Zeker rond de RVU-regeling in 2026 lopen begrippen snel door elkaar: is het pensioen, wie betaalt belasting, en hoeveel mag een werkgever uitkeren zonder extra heffing?
Voor werknemers die dicht tegen de AOW-leeftijd aan zitten, en voor werkgevers die hiermee te maken krijgen, draait het om een paar harde grenzen. De belangrijkste zijn de periode van maximaal 36 maanden voor de AOW-leeftijd, een vrijgesteld bedrag van 2.357 euro bruto per maand in 2026, en in sommige knellende situaties een extra vrijstelling van 300 euro bruto per maand. Tegelijk blijft de uitkering voor de werknemer belast als inkomen. Hieronder lees je hoe de Regeling Vervroegde Uittreding werkt, voor wie die bedoeld is en waar je in de praktijk op moet letten.
Wanneer speelt de RVU-regeling?
De Regeling Vervroegde Uittreding is vooral relevant als een werknemer eerder wil stoppen met werken, nog vóór de AOW-leeftijd. In de praktijk gaat het vaak om werknemers in zware beroepen. Of iemand er gebruik van kan maken, hangt meestal af van de afspraken die een werkgever heeft gemaakt, vaak via de cao.
Er zijn daarbij drie kernvoorwaarden die steeds terugkomen. De werknemer moet binnen 36 maanden van de AOW-leeftijd zitten. De werkgever moet een regeling aanbieden. En de toepassing is vaak cao-afhankelijk, vooral in sectoren waar zwaar werk een rol speelt.
Per 1 januari 2026 is de regeling structureel geworden. Dat maakt deze regeling voor veel mensen extra relevant, omdat het niet meer om een tijdelijke constructie gaat.
Hoe de regeling in 2026 werkt
De opzet is vrij rechttoe rechtaan. Eerst biedt de werkgever een RVU aan, vaak op basis van cao-afspraken. Daarna stopt de werknemer met werken, maximaal drie jaar voor de AOW-leeftijd. Vervolgens betaalt de werkgever een uitkering tot de AOW-datum.
Fiscaal zit de kern in de vrijstelling voor de werkgever. Over het vrijgestelde deel hoeft de werkgever geen RVU-heffing te betalen. Komt de uitkering boven die grens uit, dan speelt de pseudo-eindheffing.
Voor de werknemer werkt het anders. De uitkering die hij of zij ontvangt, is belast als inkomen. Dat betekent dat bruto en netto niet hetzelfde zijn. Wie naar het maandbedrag kijkt, moet dus niet alleen naar de bruto-uitkering kijken, maar ook naar het effect van belasting op het nettobedrag.
Bedrag van de regeling in 2026
In 2026 geldt een drempelvrijstelling van 2.357 euro bruto per maand. Dat is het bedrag waarover de werkgever geen RVU-heffing betaalt.
Voor knellende situaties komt daar in 2026 een extra vrijstelling van 300 euro bruto per maand bij. Daarmee komt het totaal vrijgestelde bedrag uit op 2.657 euro bruto per maand.
De belangrijkste bedragen op een rij:
- RVU-drempelvrijstelling: 2.357 euro bruto per maand in 2026
- Extra vrijstelling bij knellende situaties: 300 euro bruto per maand in 2026
- Totaal vrijgesteld bedrag: 2.657 euro bruto per maand in 2026
Die vrijstelling zegt iets over de heffing voor de werkgever. Het is dus niet automatisch het nettobedrag dat een werknemer ontvangt.
De fiscale regels helder uitgelegd
Juist op belastinggebied ontstaat vaak verwarring. De eerste misvatting is dat de RVU-heffing door de werknemer wordt betaald. Dat klopt niet. De RVU-heffing is voor de werkgever, niet voor de werknemer.
In 2026 bedraagt die RVU-heffing, ook wel pseudo-eindheffing, 57,7 procent. Die heffing speelt voor het deel dat niet onder de vrijstelling valt.
Voor werknemers geldt intussen iets anders: de uitkering zelf is belast als inkomen. Daardoor valt de netto-uitkering lager uit dan het brutobedrag. Wie een regeling vergelijkt met doorwerken of met pensioen, moet dus altijd naar het netto-effect kijken.
Een tweede belangrijk punt is dat een RVU-uitkering geen pensioen is. Dat onderscheid is praktisch relevant, omdat de pensioenopbouw stopt. Ook kan de uitkering invloed hebben op toeslagen.
Maximaal 36 maanden voor de AOW-leeftijd
De tijdsgrens is hard. De regeling kan maximaal 36 maanden voor de AOW-leeftijd starten. Dat betekent dat een werknemer niet onbeperkt eerder kan stoppen met werken binnen deze opzet.
Voor werkgevers en werknemers is dit een belangrijk planningspunt. Wie te vroeg begint te rekenen, kan uitkomen op een periode die buiten de regeling valt. Daarom is het verstandig om eerst exact te bepalen hoeveel maanden er nog resten tot de AOW-datum, en pas daarna te kijken welke cao-afspraken en uitkeringsbedragen van toepassing zijn.
Voor wie is deze regeling bedoeld?
De Regeling Vervroegde Uittreding is vooral bedoeld voor werknemers die dicht bij hun AOW-leeftijd zitten en voor wie eerder stoppen met werken aan de orde is. In de praktijk gaat het vaak om zware beroepen.
Dat betekent niet dat iedere werknemer automatisch recht heeft op een uitkering. De werkgever moet de regeling aanbieden, en de precieze voorwaarden kunnen per sector verschillen. Cao-afspraken zijn daarom vaak doorslaggevend.
Wie wil weten of dit in zijn of haar situatie speelt, moet dus niet alleen naar de landelijke regels kijken, maar ook naar de sectorafspraken.
Wat veranderde er in 2026?
Voor 2026 zijn drie wijzigingen van belang.
De regeling is per 1 januari 2026 structureel geworden. Daarnaast is de vrijstelling verhoogd met 300 euro per maand voor knellende situaties. En de RVU-heffing stijgt in 2026 naar 57,7 procent.
Dat maakt het belangrijk om bij oudere informatie altijd te controleren of die nog uitgaat van de regels voor 2026.
Waar controleer je de officiële regels?
Wie de regeling in de praktijk wil toepassen of beoordelen, komt meestal bij drie plekken uit.
Bij de Belastingdienst vind je de fiscale uitwerking, onder meer via het Handboek Loonheffingen en de loonaangifte. Bij de Rijksoverheid staat algemene informatie over de RVU. En voor de concrete voorwaarden binnen een sector zijn de cao-afspraken bepalend.
Voor werknemers is die laatste bron vaak de meest praktische eerste stap. Voor werkgevers is juist de combinatie van cao-regels en loonheffingen van belang.
Waar je in de praktijk op moet letten
Een regeling voor vervroegd uittreden lijkt soms op een overbrugging naar pensioen, maar dat is niet hetzelfde. Dat verschil heeft gevolgen.
Let in elk geval op deze punten:
- Een RVU-uitkering is geen pensioen
- De pensioenopbouw stopt
- De uitkering kan invloed hebben op toeslagen
- De netto-uitkering ligt lager dan de bruto-uitkering door belasting
- De RVU-heffing is een werkgeversheffing
Daarnaast speelt timing een grote rol. De start moet binnen maximaal 36 maanden voor de AOW-leeftijd liggen. Verder staat de eerste monitoring van de RVU-regeling gepland in 2028.
Dit artikel is informatief en geen persoonlijk financieel advies. Raadpleeg voor jouw situatie een onafhankelijk adviseur.
FAQ
Hoeveel bedraagt de RVU-regeling in 2026?
De drempelvrijstelling bedraagt 2.357 euro bruto per maand in 2026. In knellende situaties geldt een extra vrijstelling van 300 euro bruto per maand, waardoor het totaal op 2.657 euro bruto per maand uitkomt.
Moet de werknemer de RVU-heffing betalen?
Nee. De RVU-heffing is een pseudo-eindheffing voor de werkgever. Voor de werknemer is de uitkering wel belast als inkomen.
Is een RVU-uitkering hetzelfde als pensioen?
Nee. Een RVU-uitkering is geen pensioen. Een belangrijk gevolg is dat de pensioenopbouw stopt.
Wanneer mag een werknemer gebruikmaken van de regeling?
Dat kan als de werknemer binnen 36 maanden van de AOW-leeftijd zit en als de werkgever een regeling aanbiedt. In veel gevallen hangen de precieze voorwaarden af van de cao.
Heeft de uitkering invloed op toeslagen?
Ja, de uitkering kan invloed hebben op toeslagen. Daarnaast is de netto-uitkering lager dan het brutobedrag doordat de uitkering belast is als inkomen.
Waar vind ik de officiële regels?
Voor de fiscale uitwerking kun je kijken bij de Belastingdienst, onder meer in het Handboek Loonheffingen en via de loonaangifte. Voor algemene informatie en sectorafspraken zijn ook de Rijksoverheid en de cao van belang.



