In mei lijkt het soms alsof er een extra salaris binnenkomt. Tot je op de loonstrook kijkt. Dan zie je dat het nettobedrag een stuk lager uitvalt dan die bekende 8 procent van je loon. Dat verschil komt meestal door het bijzonder tarief, de loonheffing die op deze uitbetaling wordt toegepast.
Wie zijn vakantiegeld wil berekenen, heeft daarom niet genoeg aan alleen het bruto bedrag. Je moet ook weten welk tarief er ongeveer wordt ingehouden. Met een paar stappen kom je al dicht in de buurt van het bedrag dat netto op je rekening verschijnt.
Zo wordt vakantiegeld opgebouwd
Voor werknemers met een arbeidsovereenkomst is vakantiegeld in 2026 meestal minimaal 8 procent van het brutoloon over de opbouwperiode. Die periode loopt meestal van 1 juni van het vorige jaar tot en met 31 mei van het huidige jaar.
De basisformule is simpel:
Eerst bereken je het bruto bedrag:
Bruto vakantiegeld = brutoloon over de opbouwperiode x 0,08
Daarna trek je de ingehouden loonheffing af:
Netto vakantiegeld = bruto vakantiegeld – (bruto vakantiegeld x bijzonder tarief)
Bij uitzendkrachten is het percentage soms 8,33 procent in 2026. Bij een bijstandsuitkering gaat het om 5 procent van het nettobedrag in 2026. Bij AOW is het vakantiegeld een vast bedrag in 2026.
Ook oproepkrachten met een nulurencontract of min-maxcontract bouwen dit op. En bij ziekte loopt de opbouw door.
Waarom netto lager is dan bruto
Vakantiegeld geldt als een bijzondere beloning, ook wel bijzonder inkomen genoemd. Daarom houdt de werkgever loonheffing in via het bijzonder tarief.
Dat tarief is vaak hoger dan het reguliere tarief dat je op een normale salarisbetaling ziet. Dat komt door het progressieve belastingstelsel en de afbouw van heffingskortingen. Daardoor kan het verschil tussen bruto en netto flink zijn.
Een veelgemaakte fout is denken dat die 8 procent bijna volledig wordt uitbetaald. In de praktijk gaat er eerst loonheffing af. Ook kan een verkeerd toegepast bijzonder tarief later tot een correctie leiden bij de belastingaangifte.
Welke percentages spelen mee in 2026
Voor de berekening zijn vooral de indicatieve percentages voor het bijzonder tarief relevant. Voor mensen onder de AOW-leeftijd, zonder loonheffingskorting, gelden in 2026 deze bandbreedtes:
- Jaarloon tot € 41.124: 17,85% tot 35,75%
- Jaarloon van € 41.125 tot € 78.427: 50,39%
- Jaarloon van € 78.428 tot € 143.555: 56,01%
- Jaarloon boven € 143.555: 49,50%
Daarnaast zijn er de inkomstenbelastingschijven van 2026:
- Inkomen tot € 38.883: 35,75%
- Inkomen van € 38.883 tot € 78.426: 37,56%
- Inkomen vanaf € 78.426: 49,5%
Voor de uitbetaling kijk je in de praktijk vaak naar het bijzonder tarief op je loonstrook.
Vakantiegeld berekenen in 5 stappen
Met deze volgorde kun je het bedrag redelijk goed inschatten:
- Tel je brutoloon over de opbouwperiode van 1 juni tot en met 31 mei.
- Neem daarvan meestal 8 procent als bruto vakantiegeld.
- Zoek op je loonstrook welk bijzonder tarief wordt toegepast.
- Bereken hoeveel loonheffing wordt ingehouden.
- Trek dat bedrag af van het bruto vakantiegeld.
Dat is de kern van de berekening.
Rekenvoorbeeld: bruto maandsalaris € 3.000
Een praktisch voorbeeld maakt het verschil tussen bruto en netto meteen duidelijk.
Stap 1: bruto jaarsalaris
€ 3.000 x 12 = € 36.000
Stap 2: bruto vakantiegeld
€ 36.000 x 0,08 = € 2.880
Stap 3: bijzonder tarief
Bij een jaarloon van € 36.000 valt dit in 2026 in de groep tot € 41.124. In dit voorbeeld rekenen we met circa 35,75 procent, afhankelijk van loonheffingskorting.
Stap 4: ingehouden loonheffing
€ 2.880 x 0,3575 = € 1.029,60
Stap 5: netto vakantiegeld
€ 2.880 – € 1.029,60 = € 1.850,40
Bij een bruto maandloon van € 3.000 kom je in dit voorbeeld dus uit op € 1.850,40 netto.
Rekenvoorbeeld: bruto maandsalaris € 5.000
Bij een hoger inkomen loopt het ingehouden bedrag meestal sneller op.
Stap 1: bruto jaarsalaris
€ 5.000 x 12 = € 60.000
Stap 2: bruto vakantiegeld
€ 60.000 x 0,08 = € 4.800
Stap 3: bijzonder tarief
Bij een jaarloon van € 60.000 valt dit in 2026 in de groep van € 41.125 tot € 78.427. In dit voorbeeld gebruiken we 50,39 procent.
Stap 4: ingehouden loonheffing
€ 4.800 x 0,5039 = € 2.418,72
Stap 5: netto vakantiegeld
€ 4.800 – € 2.418,72 = € 2.381,28
Het bruto bedrag is hier veel hoger, maar netto blijft daarvan relatief minder over dan veel mensen verwachten.
Minimum, uitzonderingen en andere situaties
Bij een fulltime minimumloon van 40 uur per week is de minimumvakantiebijslag in 2026 € 2.202,60 bruto per jaar.
Er kan in 2026 geen of lager vakantiegeld gelden bij een inkomen van meer dan drie keer het minimumloon, als dat schriftelijk is overeengekomen.
Mensen met een uitkering kunnen ook recht hebben op een vakantietoeslag. Dat geldt onder meer voor WW, WIA, WAO, WAZ, Wajong, bijstand en AOW. De manier van opbouw of uitbetaling verschilt per regeling. Bij bijstand gaat het in 2026 om 5 procent van het nettobedrag. Bij AOW om een vast bedrag.
Wanneer krijg je het uitbetaald?
De uitbetaling gebeurt meestal in mei en uiterlijk in juni.
Ga je uit dienst, dan wordt het opgebouwde bedrag direct uitbetaald met je laatste salaris. Heb je nog recht op vakantiegeld dat niet is betaald, dan kun je dat tot 5 jaar na het ontstaan van dat recht opeisen.
Hier controleer je jouw bedrag
De snelste plek om te kijken is je salarisspecificatie of loonstrook. Daarop staan normaal het bruto bedrag en het toegepaste bijzonder tarief.
Wil je verder controleren hoe de inhouding tot stand komt, dan kun je terecht bij de loonbelastingtabellen en het Handboek Loonheffingen van de Belastingdienst. Voor uitkeringen kijk je in Mijn UWV. Voor AOW in Mijn SVB. Afwijkende afspraken staan soms in je arbeidsovereenkomst of cao.
Verschillen met 2025
De netto uitbetaling is in 2026 niet voor iedereen hetzelfde veranderd ten opzichte van 2025.
Lagere inkomens, waaronder parttimers met € 1.000 tot € 2.250 bruto per maand, ontvangen in 2026 netto meer. De grootste stijging ligt bij € 1.000 bruto per maand, met € 221 netto extra. Minimumloners met een werkweek van 36 of 40 uur ontvangen circa € 60 tot € 61 netto extra.
Er zijn ook groepen die iets minder overhouden. Sommige middeninkomens van € 2.500 tot € 2.750 bruto per maand ontvangen circa € 7 netto minder. Bij een modaal inkomen van € 3.704 bruto per maand gaat het om circa € 5 netto minder.
Rond € 3.000 bruto per maand is er juist circa € 39 netto extra. Het uiteindelijke nettobedrag kan verschillen door belastingaanpassingen en loonstijgingen.
Waar het vaak misgaat
Wie zelf een berekening maakt, loopt meestal op drie punten vast.
Ten eerste wordt bruto en netto door elkaar gehaald. Acht procent van je salaris is het brutobedrag, niet wat je uiteindelijk ontvangt.
Ten tweede wordt vergeten dat op deze uitbetaling vaak een hoger tarief geldt dan op een gewone loonbetaling.
Ten derde denken veel mensen dat heffingskortingen volledig op deze uitbetaling van toepassing zijn. In de praktijk zijn die al deels verrekend.
Dit artikel is informatief en geen persoonlijk financieel advies. Raadpleeg voor jouw situatie een onafhankelijk adviseur.
FAQ
Hoeveel vakantiegeld krijg ik netto?
Dat hangt af van je brutoloon, de opbouwperiode en het bijzonder tarief op je loonstrook. Netto is het brutobedrag min de ingehouden loonheffing.
Is vakantiegeld altijd 8 procent?
Voor werknemers is het in 2026 meestal minimaal 8 procent van het brutoloon. Uitzendkrachten krijgen soms 8,33 procent.
Waarom betaal ik zoveel belasting over vakantiegeld?
Omdat deze uitbetaling geldt als bijzondere beloning. Daarom wordt loonheffing ingehouden via het bijzonder tarief, dat vaak hoger is dan het reguliere tarief.
Wanneer wordt vakantiegeld uitbetaald?
Meestal gebeurt dat in mei, uiterlijk in juni. Bij uitdiensttreding wordt het opgebouwde bedrag direct met het laatste salaris uitbetaald.
Waar zie ik mijn bijzonder tarief?
Dat staat meestal op je loonstrook of salarisspecificatie. Je werkgever gebruikt dit tarief voor de inhouding op vakantiegeld.
Kan mijn vakantiegeld lager of nul zijn?
Bij een inkomen van meer dan drie keer het minimumloon kan in 2026 geen of lager vakantiegeld gelden, als dat schriftelijk is afgesproken.



