1. Home
  2. Onderwerpen
  3. Belasting
  4. Heffingskortingen 2026 uitgelegd: welke kortingen verlagen je belasting?
Heffingskortingen 2026 uitgelegd: welke kortingen verlagen je belasting?

Heffingskortingen 2026 uitgelegd: welke kortingen verlagen je belasting?

5 min lezen

Een paar duizend euro verschil op je aanslag is heel normaal. Niet omdat je iets fout hebt gedaan, maar omdat heffingskortingen een groot effect hebben op de inkomstenbelasting die je uiteindelijk betaalt.

Voor veel mensen zitten die kortingen al deels in de loonheffing verwerkt, maar niet altijd volledig. Zeker als je meerdere inkomstenbronnen hebt, een kind onder de 12 jaar hebt, AOW ontvangt of groene beleggingen hebt, kan het lonen om goed te kijken welke belastingkorting voor jou geldt. In 2026 lopen de bedragen op tot ruim 5.000 euro per regeling, afhankelijk van je inkomen en situatie.

Zo verlagen heffingskortingen je belasting

De systematiek is in de basis eenvoudig. Eerst bereken je je totale inkomen uit box 1, 2 en 3, dat is je verzamelinkomen. Daarna kijk je op welke kortingen je recht hebt. Vervolgens bereken je per regeling het bedrag. Dat totaal trek je af van de inkomstenbelasting en premies die je verschuldigd bent.

Het resultaat is minder belasting betalen of een teruggave.

Welke heffingskortingen zijn er in 2026?

Niet iedereen krijgt dezelfde korting. De hoogte hangt af van inkomen, leeftijd en persoonlijke situatie.

Algemene heffingskorting

Deze korting geldt voor iedereen, maar is inkomensafhankelijk. In 2026 is de maximale algemene heffingskorting €3.115.

Vanaf een verzamelinkomen van €29.736 wordt deze korting afgebouwd met 6,398%. Bij een verzamelinkomen van €78.426 of hoger is de algemene heffingskorting nihil.

De formule in 2026 is:

€3.115 – 6,398% x (verzamelinkomen – €29.736)

Die formule geldt voor inkomens tussen €29.736 en €78.426.

Arbeidskorting

De arbeidskorting is bedoeld voor werkenden, dus mensen in loondienst, ondernemers en freelancers. In 2026 is de maximale arbeidskorting voor mensen onder de AOW-leeftijd €5.685.

Vanaf een arbeidsinkomen van €45.592 wordt deze korting afgebouwd met 6,510%. Bij een arbeidsinkomen van €132.920 of hoger is de arbeidskorting nihil.

De precieze hoogte hangt af van je arbeidsinkomen.

Inkomensafhankelijke combinatiekorting

De inkomensafhankelijke combinatiekorting, vaak afgekort als IACK, is er in 2026 voor een werkende ouder met een kind jonger dan 12 jaar, waarbij je de minstverdienende partner bent.

De maximale IACK is €3.032. De opbouw begint vanaf een arbeidsinkomen van €6.239. De berekening is in 2026:

11,45% x (arbeidsinkomen – €6.239)

Deze opbouw loopt door tot een arbeidsinkomen van €32.710, met een maximum van €3.032.

Ouderenkorting

Heb je de AOW-leeftijd bereikt, dan kun je recht hebben op ouderenkorting. In 2026 is die maximaal €2.067.

Vanaf een verzamelinkomen van €46.002 wordt de korting afgebouwd met 15%. Vanaf een verzamelinkomen van €59.783 is de ouderenkorting nihil.

Voor inkomens tussen €46.002 en €59.782 geldt in 2026 deze formule:

€2.067 – 15% x (verzamelinkomen – €46.002)

Alleenstaande ouderenkorting

AOW-gerechtigden met een alleenstaande AOW-uitkering hebben in 2026 recht op een alleenstaande ouderenkorting van €540.

Jonggehandicaptenkorting

Heb je recht op een Wajong-uitkering of ondersteuning vanuit de Wajong, dan bedraagt de jonggehandicaptenkorting in 2026 €923.

Groene beleggingen

Voor groene beleggingen geldt in 2026 een vrijstelling van €26.715. Voor fiscale partners is dat €53.430. Daarnaast geldt een heffingskorting van 0,1%.

Rekenvoorbeeld: werkende onder AOW-leeftijd

Stel, je bent alleenstaand, hebt geen kinderen en verdient in 2026 bruto €38.000 per jaar.

Je algemene heffingskorting wordt dan:

€3.115 – 6,398% x (€38.000 – €29.736) = €2.586,30

Je arbeidskorting komt in dit voorbeeld uit op:

€5.300 + 1,950% x (€38.000 – €25.845) = €5.537,02

Samen is dat:

€2.586,30 + €5.537,02 = €8.123,32

De belasting in box 1, schijf 1, is in 2026 voor iemand onder de AOW-leeftijd:

€38.000 x 35,75% = €13.585

Na verrekening van de kortingen blijft over:

€13.585 – €8.123,32 = €5.461,68

Dat laat goed zien hoe groot het effect van deze regelingen kan zijn.

Rekenvoorbeeld: AOW-gerechtigde met lager inkomen

Neem een alleenstaande AOW-gerechtigde met een verzamelinkomen van €28.000 in 2026.

In dit voorbeeld gelden de volgende bedragen:

  • Algemene heffingskorting: €1.556
  • Ouderenkorting: €2.067
  • Alleenstaande ouderenkorting: €540

Totaal aan kortingen:

  • €1.556 + €2.067 + €540 = €4.163

De belasting in box 1, schijf 1, voor iemand op AOW-leeftijd is in dit voorbeeld:

€28.000 x 17,85% = €4.998

Na verrekening blijft over:

€4.998 – €4.163 = €835

Voor AOW-gerechtigden kunnen deze kortingen dus een groot deel van de belastingdruk opvangen.

Waar het in de praktijk vaak misgaat

De grootste fout is denken dat alles automatisch goed staat. Dat is niet altijd zo. Sommige regelingen worden niet automatisch verrekend, zoals de inkomensafhankelijke combinatiekorting en de heffingskorting voor groene beleggingen.

Ook loonheffingskorting vraagt aandacht. Heb je meerdere werkgevers of uitkeringen, dan moet je die maar bij één toepassen. Doe je dat op meerdere plekken, dan kan de aanslag later tegenvallen.

Verder is de uitbetaling van de algemene heffingskorting voor de minstverdienende partner, geboren na 1962, afgebouwd. Dat is vooral relevant voor huishoudens waar één partner weinig of geen inkomen heeft.

Waar je dit regelt of controleert

De Belastingdienst is de plek waar je dit controleert en regelt. Dat kan via de aangifte inkomstenbelasting, Mijn Belastingdienst en de voorlopige aanslag.

De jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting moet meestal vóór 1 mei worden ingediend.

Wat verandert er in 2026 ten opzichte van 2025?

Een aantal bedragen gaat omhoog. De maximale algemene heffingskorting stijgt naar €3.115, tegenover €3.068 in 2025. De afbouw begint in 2026 pas vanaf €29.736, waar dat in 2025 €28.406 was.

De maximale arbeidskorting stijgt naar €5.685, tegenover €5.599 in 2025.

De maximale IACK stijgt naar €3.032, tegenover €2.986 in 2025. De drempel voor het arbeidsinkomen gaat naar €6.239, tegenover €6.145 in 2025.

De maximale ouderenkorting stijgt naar €2.067, tegenover €2.035 in 2025. Het afbouwpunt verschuift naar €46.002, waar dat in 2025 €45.308 was.

De alleenstaande ouderenkorting stijgt naar €540, tegenover €531 in 2025. De jonggehandicaptenkorting stijgt naar €923, tegenover €909 in 2025.

Er zijn ook andere fiscale wijzigingen in 2026 die je belastingplaatje kunnen beïnvloeden. Het heffingsvrij vermogen in box 3 daalt naar €51.396, of €102.792 voor partners. De zelfstandigenaftrek daalt naar €1.200, tegenover €2.470 in 2025. Voor box 1 geldt voor mensen onder de AOW-leeftijd een tarief van 35,75% tot €38.884.

Handige check voor je aangifte

Loop in elk geval deze punten langs:

  • je verzamelinkomen
  • je arbeidsinkomen
  • of je de AOW-leeftijd hebt bereikt
  • of je een kind jonger dan 12 jaar hebt en de minstverdienende partner bent
  • of je recht hebt op Wajong of ondersteuning vanuit de Wajong
  • of je groene beleggingen hebt
  • of loonheffingskorting maar bij één werkgever of uitkering wordt toegepast

Dit artikel is informatief en geen persoonlijk financieel advies. Raadpleeg voor jouw situatie een onafhankelijk adviseur.

FAQ

Welke heffingskorting krijgt iedereen in 2026?

De algemene heffingskorting geldt voor iedereen, maar de hoogte hangt af van het verzamelinkomen. In 2026 is het maximum €3.115.

Hoe hoog is de arbeidskorting in 2026?

Voor mensen onder de AOW-leeftijd is de maximale arbeidskorting in 2026 €5.685. Vanaf een arbeidsinkomen van €45.592 wordt deze afgebouwd.

Wanneer krijg je inkomensafhankelijke combinatiekorting?

Deze regeling geldt in 2026 voor een werkende ouder met een kind jonger dan 12 jaar, als je de minstverdienende partner bent. De opbouw begint vanaf een arbeidsinkomen van €6.239.

Hoe werkt de ouderenkorting in 2026?

Heb je de AOW-leeftijd bereikt, dan is de maximale ouderenkorting €2.067. Vanaf een verzamelinkomen van €46.002 wordt die afgebouwd met 15%.

Moet je heffingskortingen zelf aanvragen?

Niet altijd. Sommige kortingen worden niet automatisch verrekend, zoals de IACK en de heffingskorting voor groene beleggingen.

Waar controleer je je belastingkortingen?

Dat doe je via de Belastingdienst, bijvoorbeeld in de aangifte inkomstenbelasting, Mijn Belastingdienst of via een voorlopige aanslag.