Een eerste aankoop van een ETF voelt vaak groter dan hij op papier is. Niet omdat de knop technisch ingewikkeld is, maar omdat je tegelijk twee dingen probeert te begrijpen: waarin je belegt en wat de belasting daarvan doet. Juist daar gaat het bij beginners vaak mis. De ETF zelf is meestal vrij eenvoudig, maar Box 3 maakt het rekenen minder intuïtief.
Voor wie rustig wil beginnen, helpt het om die twee lagen uit elkaar te trekken. Eerst: wat een ETF eigenlijk is en waarom veel starters ermee beginnen. Daarna: hoe de heffing in Box 3 werkt, met concrete rekenvoorbeelden voor 2024 en 2025. Zo zie je stap voor stap wat er gebeurt zodra je vermogen boven de vrijstelling uitkomt.
Waarom veel beginners uitkomen bij ETF’s
Een ETF is een beursgenoteerd beleggingsfonds dat een index volgt, ook wel een indextracker genoemd. Het doel is om de onderliggende index zo nauwkeurig mogelijk te volgen.
Dat maakt deze beleggingsvorm voor starters overzichtelijk. Je koopt niet één aandeel, maar stapt in een fonds met brede spreiding. Daar komt bij dat ETF’s passief worden beheerd en bekendstaan om lage kosten.
Die eenvoud betekent niet dat er geen risico is. Beleggen blijft beleggen. De AFM wijst erop dat huishoudens met een voldoende buffer kunnen beleggen, maar ook dat risico’s niet onderschat moeten worden. Daarom past deze aanpak vooral bij een lange termijn van minimaal 3 tot 5 jaar.
Hoe beleggen in een ETF stap voor stap werkt
Wie begint, heeft meestal meer aan een praktische volgorde dan aan een theoretische definitie. Dit zijn de kernstappen.
Stap 1: bepaal of beleggen bij je situatie past
De AFM spoort huishoudens met voldoende buffer aan om te beleggen. Die buffer is belangrijk, omdat de waarde van beleggingen kan schommelen. Geld dat je op korte termijn nodig hebt, vraagt dus een andere afweging dan geld dat je langere tijd kunt missen.
Een horizon van minimaal 3 tot 5 jaar past beter bij beleggen. Zo voorkom je dat een tussentijdse daling je dwingt om op een ongunstig moment te verkopen.
Stap 2: kies voor een gespreid fonds dat een index volgt
Een ETF volgt een index. Je belegt dus in een fonds dat die index zo nauwkeurig mogelijk probeert te volgen. De kenmerken die veel beginners aanspreken zijn brede spreiding, passief beheer en lage kosten.
Dat maakt het product zelf relatief begrijpelijk. Je hoeft niet direct losse aandelen te selecteren om toch belegd te zijn.
Stap 3: controleer de aanbieder
Voor je geld overmaakt, is de aanbieder net zo belangrijk als het fonds. De AFM heeft een register voor vergunningen van beleggingsondernemingen. Ook is er een waarschuwingslijst voor niet-vergunde aanbieders.
Voor beginners is dit een simpele maar belangrijke controle. Een aantrekkelijk aanbod zegt weinig als de partij erachter niet onder toezicht staat.
Stap 4: houd rekening met Box 3
Zodra je vermogen boven het heffingsvrij vermogen uitkomt, kan Box 3 een rol gaan spelen. Box 3 is de belasting over inkomen uit sparen en beleggen.
Bij deze heffing kijkt de fiscus niet naar je werkelijke rendement, maar naar een fictief rendement. Dat verschil zorgt vaak voor verwarring. Zeker bij ETF’s, omdat je echte beursresultaat in een jaar hoger of lager kan zijn dan het percentage waarmee in Box 3 wordt gerekend.
Stap 5: doe jaarlijks aangifte
De aangifte inkomstenbelasting loopt via Mijn Belastingdienst. De termijn is elk jaar voor 1 mei.
Wie belegt, doet er goed aan om niet alleen naar rendement en risico te kijken, maar ook naar de fiscale verwerking. Dat voorkomt verrassingen bij de aangifte.
Zo werkt Box 3 bij ETF’s
Zodra je beleggingen in Box 3 vallen, draait de berekening om drie begrippen: bezittingen, schulden en de vrijstelling.
De formule begint bij de rendementsgrondslag:
Rendementsgrondslag = waarde bezittingen – waarde schulden
Daarna volgt de grondslag sparen en beleggen:
Grondslag sparen en beleggen = rendementsgrondslag – heffingsvrij vermogen
Vervolgens wordt over die grondslag een fictief rendement berekend. Voor beleggingen en andere bezittingen geldt daarvoor een apart percentage. Over dat fictieve rendement betaal je het Box 3-tarief.
De kernformule is:
(fictief rendement bezittingen – fictief rendement schulden) x Box 3-tarief
Voor 2024, 2025 en 2026 is het Box 3-tarief 36%.
Vrijstellingen en percentages die je moet kennen
Voor alleenstaanden is het heffingsvrij vermogen:
- € 57.000 in 2024
- € 57.684 in 2025
- € 59.357 in 2026
Voor fiscale partners is dat samen:
- € 114.000 in 2024
- € 115.368 in 2025
- € 118.714 in 2026
Voor beleggingen en andere bezittingen geldt als fictief rendement:
- 6,04% in 2024, definitief
- 5,88% in 2025, voorlopig
- 6% in 2026
Voor spaargeld geldt:
- 1,03% in 2024, voorlopig
- 1,37% in 2025, voorlopig
Voor aftrekbare schulden geldt als fictieve rente:
- 2,47% in 2024, voorlopig
- 2,70% in 2025, voorlopig
Voor groene beleggingen geldt een vrijstelling van € 71.251 in 2024.
In 2025 is het drempelbedrag voor schulden in Box 3 € 3.800 per persoon.
Rekenvoorbeeld 1: alleenstaand met ETF’s in 2024
Stel, je bent alleenstaand en hebt in 2024 € 100.000 aan beleggingen. We nemen aan dat dit volledig uit ETF’s of andere beleggingen bestaat.
Het heffingsvrij vermogen is in 2024 € 57.000.
De grondslag sparen en beleggen wordt dan:
€ 100.000 – € 57.000 = € 43.000
Over die € 43.000 wordt voor beleggingen een fictief rendement van 6,04% berekend:
€ 43.000 x 6,04% = € 2.597,20
Daarover betaal je 36% Box 3-belasting:
€ 2.597,20 x 36% = € 934,99
In deze situatie komt de Box 3-heffing dus uit op € 934,99 in 2024.
Rekenvoorbeeld 2: fiscale partners met beleggingen en schulden in 2025
Nu een andere situatie. Fiscale partners hebben in 2025 € 200.000 aan beleggingen en daarnaast € 10.000 aan niet-hypotheekschulden die boven de drempel uitkomen.
Voor fiscale partners is het heffingsvrij vermogen in 2025 € 115.368.
De schulddrempel is in 2025 € 3.800 per persoon. Samen is dat € 7.600.
De aftrekbare schulden zijn dan:
€ 10.000 – € 7.600 = € 2.400
De rendementsgrondslag wordt:
€ 200.000 – € 2.400 = € 197.600
Daarna trek je het heffingsvrij vermogen af:
€ 197.600 – € 115.368 = € 82.232
Over die € 82.232 geldt voor beleggingen in 2025 een fictief rendement van 5,88%:
€ 82.232 x 5,88% = € 4.834,86
De Box 3-belasting is vervolgens:
€ 4.834,86 x 36% = € 1.740,55
In dit voorbeeld betalen de fiscale partners dus € 1.740,55 in 2025.
Waar beginners vaak op stuklopen
Een eerste misverstand is dat het werkelijke rendement en het fiscale rendement hetzelfde zouden zijn. In Box 3 wordt gerekend met fictieve rendementen. Dat is iets anders dan wat je ETF in werkelijkheid heeft opgeleverd.
Een tweede fout is denken dat alle schulden aftrekbaar zijn. Dat is niet zo. Bij schulden speelt bovendien een drempel, zoals in 2025 met € 3.800 per persoon.
Ook beleggen met geleend geld kan ongunstig uitpakken in Box 3. Zeker als je verwacht dat een schuld automatisch veel belastingvoordeel oplevert.
En dan is er nog het risico zelf. ETF’s bieden brede spreiding, maar dat haalt marktrisico niet weg. De waarde kan dalen.
Praktische checklist voor je eerste stappen
Voor wie wil beginnen, is dit een logische volgorde:
- zorg eerst voor een voldoende buffer
- kies een ETF die een index volgt
- controleer de aanbieder in het AFM-register
- check de AFM-waarschuwingslijst bij twijfel
- kijk of je met je totale vermogen boven de Box 3-vrijstelling uitkomt
- houd rekening met de aangifte inkomstenbelasting voor 1 mei
Dit artikel is informatief en geen persoonlijk financieel advies. Raadpleeg voor jouw situatie een onafhankelijk adviseur.
FAQ
Is een ETF hetzelfde als een aandeel?
Nee. Een ETF is een beursgenoteerd beleggingsfonds dat een index volgt, terwijl een aandeel een belang in één bedrijf is.
Waarom kiezen beginners vaak voor ETF’s?
Vooral door de brede spreiding, het passieve beheer en de lage kosten. Dat maakt het voor starters vaak overzichtelijker dan losse effecten kiezen.
Betaal je over ETF’s altijd Box 3-belasting?
Alleen als je vermogen boven het heffingsvrij vermogen uitkomt. In 2024 is dat € 57.000 voor één persoon en € 114.000 voor fiscale partners.
Kijkt Box 3 naar je echte rendement op ETF’s?
Nee. In Box 3 wordt gerekend met een fictief rendement. Voor beleggingen is dat 6,04% in 2024 en 5,88% in 2025.
Zijn schulden altijd aftrekbaar in Box 3?
Nee. Niet alle schulden zijn aftrekbaar. In 2025 geldt bovendien een drempel van € 3.800 per persoon.
Waar controleer je of een beleggingsaanbieder onder toezicht staat?
Via het AFM-register voor vergunningen van beleggingsondernemingen. De AFM heeft ook een waarschuwingslijst voor niet-vergunde aanbieders.



