1. Home
  2. Financiën
  3. Financiële buffer per levensfase: hoeveel spaargeld is logisch als starter, gezin of bijna-pensionado?
Financiële buffer per levensfase: hoeveel spaargeld is logisch als starter, gezin of bijna-pensionado?

Financiële buffer per levensfase: hoeveel spaargeld is logisch als starter, gezin of bijna-pensionado?

5 min lezen

Een financiële buffer is spaargeld voor onverwachte, noodzakelijke kosten, zoals uitgaven voor je inboedel, auto of huis. Het gaat dus om geld dat je achter de hand houdt voor tegenvallers die je niet kunt plannen, maar die wel gewoon betaald moeten worden.

Die buffer is niet bedoeld voor inkomensverlies of voor langetermijndoelen. Denk bij langetermijndoelen aan later stoppen met werken, een grote reis of een verbouwing die je al ziet aankomen. Voor dat soort doelen spaar je apart.

Een praktische algemene richtlijn is om 3 tot 6 keer je maandelijkse uitgaven als buffer aan te houden. Daarnaast geldt als vuistregel dat je maandelijks minimaal 10 procent van je netto-inkomen spaart. Wil je het preciezer maken, dan kun je de Nibud BufferBerekenaar gebruiken.

Als starter, hoeveel spaargeld is dan logisch?

Aan het begin van je werkende leven voelt sparen vaak als een wedstrijd tegen alles tegelijk. Huur, boodschappen, misschien een auto, misschien net een eerste koopwoning. Toch is juist in deze fase een buffer belangrijk, omdat één onverwachte rekening je begroting snel kan ontregelen.

Voor starters en jongvolwassenen ligt de Nibud-basisbuffer op 3.500 euro tot 10.000 euro, afhankelijk van je situatie. Dat verschil is logisch. Woon je alleen en heb je lage vaste lasten, dan kom je vaak met minder uit dan iemand met een koopwoning of auto.

Voor een 30-jarige wordt in 2026 een gezonde buffer genoemd van 15.000 euro tot 25.000 euro. Dat ligt dus duidelijk hoger dan een basisbuffer. Het verschil zit vooral in hoe ruim je wilt zitten. Een basisbuffer helpt je om noodzakelijke tegenvallers op te vangen. Een hogere buffer geeft meer ademruimte als meerdere kosten tegelijk komen.

Singles sparen vaak minder en hebben vaak lagere vaste lasten. Daardoor kan een lager bedrag in de praktijk soms beter passen dan bij een stel of gezin. Maar ook dan blijft de vraag hetzelfde: kun je een paar onverwachte rekeningen achter elkaar opvangen zonder in de knel te komen?

Als je een gezin hebt, loopt de buffer snel op

Zodra er kinderen zijn, stijgt de kans op extra kosten vanzelf. Niet alleen omdat je huishouden groter is, maar ook omdat je vaak meer spullen hebt, hogere vaste lasten draagt en vaker afhankelijk bent van een auto of koopwoning.

Bij gezinnen hangt de benodigde buffer af van het gezin, het inkomen, de woning en of je een auto hebt. Daardoor lopen de bedragen flink uiteen.

Een paar concrete voorbeelden maken dat verschil zichtbaar. Voor een huishouden met een modaal inkomen, een koopwoning en een auto gelden deze richtbedragen:

  • Een ouder met één kind: 19.250 euro
  • Twee ouders met twee kinderen: 25.200 euro

Dat zijn stevige bedragen. Tegelijk zijn er ook lagere minimumbedragen die laten zien waar de ondergrens ongeveer ligt. Voor een gezin met twee kinderen wordt een minimale buffer van circa 10.000 euro genoemd. Een globale richtlijn voor een gezin met twee kinderen lag in augustus 2024 op circa 12.000 euro.

Woon je in een huurwoning en heb je een modaal inkomen, dan liggen de minimale bedragen lager. Voor een echtpaar is dat 7.700 euro. Voor een echtpaar met twee kinderen is dat 8.450 euro.

Dat verschil tussen huren en kopen is goed te begrijpen. Bij een koopwoning kun je eerder te maken krijgen met onverwachte kosten aan het huis. Ook een auto telt mee, omdat reparaties en vervanging fors kunnen zijn.

Bijna met pensioen, dan verandert de vraag

Rond je pensioenleeftijd verschuift de functie van spaargeld vaak een beetje. Je inkomen wordt meestal stabieler dan bij werkenden die nog van bonussen, opdrachten of carrièrestappen afhankelijk zijn, maar tegelijk wordt het lastiger om tekorten later nog even recht te trekken met extra werk of meer uren.

Juist daarom is het opvallend dat veel 50-plussers en 65-plussers onvoldoende financiële reserves hebben. Bijna 20 procent van de ouderen heeft een buffer van minder dan 3.500 euro, het Nibud-minimum.

Daar komt bij dat het vermogen onder 65-plussers erg ongelijk verdeeld is. De rijkste 25 procent heeft meer dan 80.000 euro, terwijl de armste 25 procent minder dan 6.000 euro heeft. Dat zegt niet alles over iemands maandbudget, maar wel iets over de ruimte om tegenvallers op te vangen.

Woningbezitters hebben het financieel vaak makkelijker, mede doordat de hypotheek geregeld is afbetaald. Tegelijk geldt het omgekeerde ook: wie hoge huur betaalt, zorgkosten heeft en weinig spaargeld, kan moeilijker rondkomen.

Een nuance hierbij is dat sommige uitgaven met de leeftijd juist dalen. Uitgaven aan kleding, vrije tijd en vervoer nemen af naarmate mensen ouder worden. Dat kan helpen in het maandbudget, maar het vervangt geen buffer voor onverwachte kosten.

Voor deze levensfase zijn ook specifieke hulpmiddelen beschikbaar, zoals het Nibud Geldplan Bijna pensioen en de Pensioenschijf-van-vijf.

Hoe bepaal je welk bedrag bij jouw fase past?

De handigste manier is om niet blind één bedrag over te nemen, maar eerst te kijken naar je eigen situatie. De algemene richtlijn van 3 tot 6 keer je maandelijkse uitgaven is daarvoor een bruikbaar startpunt.

Verdien je alleen, woon je klein en heb je weinig bezit, dan kan je benodigde buffer dichter bij de onderkant liggen. Heb je kinderen, een koopwoning en een auto, dan schuift dat bedrag meestal omhoog.

Je kunt het praktisch zo benaderen:

  • kijk naar je maandelijkse uitgaven
  • zet daar 3 tot 6 maanden van apart als richtlijn
  • vergelijk dat met de bedragen die passen bij jouw levensfase
  • spaar maandelijks minimaal 10 procent van je netto-inkomen
  • gebruik de Nibud BufferBerekenaar voor een persoonlijker bedrag

Zo voorkom je dat je spaardoel te laag is, maar ook dat je je blindstaart op een bedrag dat niet bij jouw huishouden past.

Waar je vooral op moet letten

De grootste fout is vaak dat mensen hun buffer verwarren met ander spaargeld. Geld voor onverwachte, noodzakelijke kosten is iets anders dan geld voor later of voor een gepland doel.

Daarnaast helpt het om eerlijk te kijken naar je eigen risico’s. Heb je een auto, dan hoort daar een grotere financiële reserve bij dan wanneer je alles met de fiets en trein doet. Heb je een koopwoning, dan is een ruimere buffer logischer dan bij huren. En heb je kinderen, dan zijn de bedragen voor een starter meestal geen goede maatstaf meer.

Dit artikel is informatief en geen persoonlijk financieel advies. Raadpleeg voor jouw situatie een onafhankelijk adviseur.