1. Home
  2. Onderwerpen
  3. Pensioen
  4. Eerder stoppen met werken: hoeveel vermogen heb je nodig voor 5 jaar overbrugging?
Eerder stoppen met werken: hoeveel vermogen heb je nodig voor 5 jaar overbrugging?

Eerder stoppen met werken: hoeveel vermogen heb je nodig voor 5 jaar overbrugging?

8 min lezen

Stel, je bent 62 en je wilt niet nog door tot je AOW ingaat. Of je bent juist 45 en je denkt: als ik het goed aanpak, kan ik misschien vijf jaar eerder stoppen met werken. Dan komt vrij snel dezelfde vraag op tafel: hoeveel vermogen heb je nodig om die periode te overbruggen?

Daar is geen universeel antwoord op. Het bedrag hangt vooral af van je jaarlijkse uitgaven, het rendement op je vermogen en de vraag hoeveel zekerheid je wilt inbouwen. Ook inflatie telt mee, want geld is over vijf jaar minder waard dan nu. Toch zijn er wel bruikbare richtbedragen en vuistregels waarmee je een eerste rekensom kunt maken. Zeker als je vijf jaar wilt overbruggen tot de AOW-leeftijd, die in 2026 op 67 jaar ligt.

Die vijf jaar lijken overzichtelijk, maar zijn financieel groter dan ze voelen

Vijf jaar eerder stoppen met werken klinkt vaak als een afgebakende periode. Geen complete vervroegde pensionering van twintig jaar, maar “slechts” een overbrugging. Toch gaat het al snel om serieuze bedragen.

Dat komt doordat je in die jaren je inkomen uit werk vervangt uit eigen middelen of uit andere bronnen, zoals spaargeld, beleggingen, eerder pensioen of een lijfrente. Tegelijk stopt vaak je pensioenopbouw. Dat heeft twee gevolgen. Je moet niet alleen die vijf jaar financieren, je uiteindelijke pensioenuitkering kan later ook lager uitvallen.

AOW en werkgeverspensioen zijn voor veel mensen onvoldoende om vroegpensioen volledig te dragen. Juist daarom is financieel plannen hier belangrijk.

Je jaarlijkse uitgaven zijn het startpunt

Als je wilt berekenen hoeveel vermogen je nodig hebt, begin je niet bij een beleggingsrendement of een populaire FIRE-formule. Je begint bij je uitgaven.

De kernvraag is simpel: hoeveel geld heb je netto per jaar nodig om te leven zoals jij dat wilt in die vijf overbruggingsjaren?

In de onderzoeksgegevens staat een concreet voorbeeld. Bij 60.000 euro netto per jaar aan uitgaven is voor vijf jaar overbrugging circa 283.000 euro nodig, zonder buffer. Met een buffer van 20 procent kom je uit op circa 340.000 euro.

Dat verschil is belangrijk. Een rekensom zonder buffer kan op papier kloppen, maar in de praktijk is het vaak te krap. Je kunt te maken krijgen met tegenvallende beleggingsresultaten, hogere kosten of fiscale gevolgen waar je vooraf te weinig rekening mee hield.

Een rekenvoorbeeld met de cijfers uit het onderzoek

Laten we die bedragen concreet maken.

Je wilt vijf jaar eerder stoppen met werken en je verwacht in die periode 60.000 euro netto per jaar nodig te hebben. Dan is de indicatie:

  • circa 283.000 euro zonder buffer
  • circa 340.000 euro met 20 procent buffer

Die buffer is geen luxe. Het is een manier om ruimte te houden voor onzekerheden. Denk aan inflatie, een lager rendement dan gehoopt of extra kosten die je vooraf niet had voorzien.

In dezelfde onderzoeksgegevens staat ook een andere indicatie: 150.000 euro voor vijf jaar eerder stoppen, rond 63 jaar. Dat laat meteen zien waarom er geen standaardbedrag bestaat. De benodigde som hangt sterk af van je situatie en bestedingsniveau. Wie minder uitgeeft, heeft minder vermogen nodig. Wie meer zekerheid wil, zal juist hoger uitkomen.

Inflatie maakt je overbrugging duurder dan je denkt

Een valkuil bij eerder stoppen met werken is dat mensen rekenen in bedragen van vandaag, terwijl hun uitgaven in de komende jaren oplopen. Inflatie vermindert je koopkracht. In het onderzoek wordt uitgegaan van gemiddeld 2 procent inflatie per jaar.

Dat lijkt weinig, maar over vijf jaar tikt het door. Zeker als je rekent op een strak budget. Een bedrag dat nu voldoende voelt, kan over een paar jaar minder ruim zijn. Daarom is het verstandig om niet alleen naar je huidige uitgaven te kijken, maar ook naar hoe kwetsbaar je plan is als prijzen stijgen.

Wie vijf jaar wil overbruggen zonder financiële stress, doet er goed aan om niet te krap te rekenen.

Rendement helpt, maar lost niet alles op

Veel mensen die zich verdiepen in eerder stoppen met werken komen uit bij de FIRE-beweging, Financial Independence, Retire Early. De gedachte daarachter is helder: minder uitgeven, meer verdienen en investeren, zodat je vermogen opbouwt waarmee je eerder kunt stoppen.

Beleggingen kunnen helpen bij vermogensgroei. Rendement is dan ook een belangrijke factor in je rekensom. Maar het onderzoek noemt tegelijk een belangrijke valkuil: een te optimistische rekensom. Dat is terecht. Wie te veel vertrouwt op een mooi gemiddeld rendement, loopt het risico dat de werkelijkheid tegenvalt.

Daarom is het verstandig om rendement niet te zien als iets dat je plan gegarandeerd redt, maar als een factor die je plan sterker of juist kwetsbaarder maakt. Beleggen kan bijdragen aan je overbrugging, maar brengt ook risico mee. Dat geldt zeker als je al dicht bij de periode zit waarin je van dat vermogen moet leven.

De 4%-regel is een vuistregel, geen garantie

In het onderzoek wordt de 4%-regel genoemd. Die vuistregel houdt in dat je jaarlijks 4 procent van je vermogen opneemt.

Dat kan helpen om een eerste gevoel te krijgen bij de verhouding tussen vermogen en uitgaven. Maar het blijft een vuistregel. Het is geen persoonlijke berekening en geen garantie dat je vermogen in jouw situatie voldoende is. Zeker niet als je vijf jaar wilt overbruggen met specifieke doelen, een bepaald uitgavenpatroon of fiscale gevolgen in box 3.

Zie de 4%-regel dus vooral als een grove richtingaanwijzer, niet als eindantwoord.

Welke bronnen kun je gebruiken in die vijf jaar?

Tijdens de overbruggingsperiode kun je verschillende inkomstenbronnen inzetten. In het onderzoek worden vier veelgebruikte bronnen genoemd: spaargeld, beleggingen, eerder pensioen en lijfrente.

Welke mix passend is, verschilt per situatie. Spaargeld geeft vaak rust en voorspelbaarheid. Beleggingen kunnen bijdragen aan vermogensgroei, maar kennen risico. Eerder pensioen of een lijfrente kunnen een deel van de inkomensstroom verzorgen, maar hebben ook gevolgen voor later. Want als je eerder uit je pensioenpot haalt, is de uitkering daarna vaak lager.

Dat is meteen een van de belangrijkste aandachtspunten bij pensioen overbruggen: je lost niet alleen een tijdelijk inkomensvraagstuk op, je beïnvloedt ook je inkomsten na de AOW-leeftijd.

Hier gaat het vaak mis

Wie rekent aan vijf jaar eerder stoppen met werken, maakt meestal niet de fout dat er helemaal niet wordt gerekend. De fout zit vaker in te rooskleurige aannames.

In het onderzoek worden twee veelvoorkomende valkuilen expliciet genoemd: een te optimistische rekensom en geen rekening houden met box 3. Daarnaast zijn er de bredere aandachtspunten: pensioenopbouw stopt, je latere uitkering kan lager uitvallen en er kunnen fiscale gevolgen zijn.

Dat maakt deze beslissing anders dan een gewone spaardoelberekening. Je kijkt niet alleen naar een eindbedrag, maar ook naar de gevolgen voor je totale financiële plaatje.

Hoe pak je het praktisch aan?

Als je wilt weten hoeveel vermogen je nodig hebt voor vijf jaar overbrugging, helpt deze volgorde:

  • bepaal je jaarlijkse netto uitgaven
  • kies of je rekent met of zonder buffer
  • neem inflatie mee, in het onderzoek gemiddeld 2 procent per jaar
  • kijk welke bronnen je kunt inzetten, zoals spaargeld, beleggingen, eerder pensioen of lijfrente
  • controleer wat het effect is op je latere pensioen, omdat pensioenopbouw stopt en de uitkering lager kan worden
  • vergeet de fiscale gevolgen niet, waaronder box 3

Hoe eerder je hiermee begint, hoe beter. Dat is een van de duidelijkste conclusies uit het onderzoek. Niet alleen omdat je dan meer tijd hebt om vermogen op te bouwen, maar ook omdat je meer ruimte hebt om je plan bij te sturen.

Eerder stoppen met werken vraagt om meer dan alleen een doelbedrag

Het aantrekkelijke van een vroegpensioenplan is dat het vaak begint met een concreet doel: nog vijf jaar overbruggen en dan neemt AOW het over. Maar in de praktijk draait het om meer dan alleen dat ene bedrag op je rekening.

Je hebt te maken met koopkrachtverlies door inflatie, met onzekerheid over rendement, met een mogelijke daling van je latere pensioen en met fiscale gevolgen. Daar komt bij dat niet iedereen dezelfde uitgangspositie heeft. Het onderzoek noemt ook de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen in Nederland. Dat onderstreept hoe persoonlijk deze rekensom is.

Wil je vijf jaar eerder stoppen met werken, dan is de belangrijkste stap niet het najagen van een magisch bedrag, maar het scherp krijgen van je eigen uitgaven en bronnen. Pas daarna krijgt de vraag “hoeveel vermogen heb ik nodig?” echt betekenis.

Dit artikel is informatief en geen persoonlijk financieel advies. Raadpleeg voor jouw situatie een onafhankelijk adviseur.

FAQ

Hoeveel vermogen heb je nodig om 5 jaar eerder te stoppen met werken?

Dat hangt sterk af van je uitgaven, rendement en buffer. In het onderzoek geldt als voorbeeld: bij 60.000 euro netto per jaar circa 283.000 euro zonder buffer, of circa 340.000 euro met 20 procent buffer.

Is 150.000 euro genoeg om 5 jaar te overbruggen?

Dat kan, want in het onderzoek wordt 150.000 euro genoemd als indicatie voor vijf jaar eerder stoppen rond 63 jaar. Of het voor jou genoeg is, hangt af van je bestedingen en andere inkomstenbronnen.

Welke inkomstenbronnen kun je gebruiken voor een pensioenoverbrugging?

Volgens het onderzoek zijn dat spaargeld, beleggingen, eerder pensioen en lijfrente. Vaak is het een combinatie van meerdere bronnen.

Waarom is inflatie belangrijk als je eerder stopt met werken?

Inflatie vermindert je koopkracht. In het onderzoek wordt gerekend met gemiddeld 2 procent per jaar, waardoor je in vijf jaar meer vermogen nodig kunt hebben dan je eerst denkt.

Is de 4%-regel betrouwbaar voor vroegpensioen?

De 4%-regel is een vuistregel waarbij je jaarlijks 4 procent van je vermogen opneemt. Het is handig als eerste richtlijn, maar geen garantie dat jouw plan financieel klopt.

Waar moet je extra op letten bij eerder stoppen met werken?

Belangrijke punten zijn een te optimistische rekensom, geen rekening houden met box 3, het stoppen van pensioenopbouw en een mogelijk lagere pensioenuitkering later.