1. Home
  2. Onderwerpen
  3. Salaris en vergoedingen
  4. Kilometervergoeding 2026 uitgelegd: wat mag je belastingvrij vergoeden of aftrekken?
Kilometervergoeding 2026 uitgelegd: wat mag je belastingvrij vergoeden of aftrekken?

Kilometervergoeding 2026 uitgelegd: wat mag je belastingvrij vergoeden of aftrekken?

6 min lezen

Een rit naar een klant van 34 kilometer lijkt klein. Toch telt het op. Rijd je dat soort afstanden vaker, dan maakt een paar cent per kilometer al snel honderden euro’s per jaar verschil. Precies daarom is de kilometervergoeding in 2026 relevant voor werknemers, ondernemers en ook voor mensen die met een vaste reiskostenvergoeding werken.

In 2026 is de belastingvrije vergoeding verhoogd van 0,23 euro naar 0,25 euro per kilometer. Die verhoging geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. De kern is simpel: tot 0,25 euro per kilometer mag onder voorwaarden onbelast worden vergoed of afgetrokken, afhankelijk van je situatie. Maar er zijn wel een paar spelregels die bepalen hoe dat in de praktijk werkt.

De grens in 2026: 0,25 euro per kilometer

Voor 2026 geldt een belastingvrije kilometervergoeding van 0,25 euro per kilometer. Dat bedrag geldt voor alle vervoermiddelen, dus niet alleen voor de auto, maar ook voor de fiets, motor en zelfs lopen.

Voor werknemers betekent dit dat een werkgever zakelijke ritten, inclusief woon-werkverkeer, tot 0,25 euro per kilometer onbelast mag vergoeden. Voor ondernemers betekent het dat zij 0,25 euro per zakelijke kilometer van de winst mogen aftrekken als zij rijden met een privévervoermiddel.

De verhoging van 0,23 euro naar 0,25 euro geldt in 2026 met terugwerkende kracht vanaf 1 januari. Dat is vooral praktisch belangrijk voor de loonadministratie en voor vergoedingen die eerder in het jaar al zijn verwerkt.

Voor wie geldt deze regeling?

De regels zijn niet alleen relevant voor werknemers met een leasevrije auto of eigen vervoer. Ze spelen in meerdere situaties.

Werknemers kunnen een onbelaste reiskostenvergoeding krijgen van hun werkgever.

Ondernemers, waaronder IB-ondernemers, zzp’ers, vennoten in een VOF en maten in een maatschap, mogen zakelijke kilometers met een privévervoermiddel aftrekken van de winst.

Ook vrijwilligers en particulieren kunnen met deze regeling te maken krijgen, bijvoorbeeld in relatie tot giftenaftrek.

Hoe werkt de berekening?

De basisformule is eenvoudig:

Aantal zakelijke kilometers x 0,25 euro

Daarmee bereken je het bedrag dat in 2026 belastingvrij vergoed mag worden of dat je als ondernemer van de winst mag aftrekken.

Bij werknemers gaat het om zakelijke ritten, inclusief woon-werkverkeer. Bij ondernemers gaat het om zakelijke ritten met een privévervoermiddel.

Werknemer: wat mag je werkgever belastingvrij vergoeden?

Een werkgever mag in 2026 maximaal 0,25 euro per kilometer onbelast vergoeden voor zakelijke kilometers. Die onbelaste vergoeding valt binnen de werkkostenregeling als gerichte vrijstelling.

Dat betekent concreet dat een vergoeding tot 0,25 euro per kilometer in 2026 onbelast kan blijven. Vergoedt een werkgever meer dan 0,25 euro per kilometer, dan is het meerdere belast loon, tenzij dat meerdere wordt ondergebracht in de vrije ruimte van de WKR.

Belangrijk daarbij is dat een werkgever niet automatisch verplicht is om de vergoeding te verhogen naar 0,25 euro per kilometer. Of dat gebeurt, hangt af van de afspraken die gelden, bijvoorbeeld in de arbeidsovereenkomst of cao.

Ondernemer of zzp’er: wat mag je aftrekken?

Gebruik je als ondernemer een privéauto of een ander privévervoermiddel voor zakelijke ritten, dan mag je in 2026 0,25 euro per kilometer van de winst aftrekken.

Dat geldt voor IB-ondernemers, zzp’ers, vennoten in een VOF en maten in een maatschap. De berekening is hetzelfde als bij een vergoeding: je vermenigvuldigt het aantal zakelijke kilometers met 0,25 euro.

Een belangrijk punt is dat alle autokosten al in dat bedrag zijn inbegrepen. Brandstof, onderhoud en verzekering zitten dus in die 0,25 euro per kilometer. Je trekt die kosten dan niet ook nog apart af.

Daar gaat het in de praktijk vaak mis. De kilometeraftrek is het fiscale bedrag dat je van de winst mag aftrekken. Dat is iets anders dan een bedrag dat je aan een klant factureert.

Alles zit al in het kilometertarief

De vergoeding van 0,25 euro per kilometer is een totaalbedrag. Voor ondernemers betekent dat dat autokosten zoals brandstof, onderhoud en verzekering daarin zijn meegenomen.

Je kunt dus niet én 0,25 euro per zakelijke kilometer aftrekken én diezelfde autokosten nog eens afzonderlijk opvoeren voor die ritten. De regeling is bedoeld als vast bedrag per kilometer.

Dat maakt de administratie overzichtelijker, maar alleen als je je kilometers goed bijhoudt.

Kilometerregistratie is essentieel

Of je nu werknemer bent of ondernemer, een kilometerregistratie is essentieel als bewijs.

Zonder goede registratie wordt het lastig om te onderbouwen hoeveel zakelijke kilometers je hebt gereden. Juist omdat de hele regeling draait om het aantal kilometers, is dat de basis van je berekening.

Rekenvoorbeeld voor werknemers

Stel, je rijdt als werknemer in 2026 in totaal 10.000 zakelijke kilometers in een jaar.

De berekening is dan:

10.000 km x 0,25 euro = 2.500 euro

Je werkgever mag in dat geval 2.500 euro onbelast vergoeden, zolang aan de voorwaarden is voldaan.

Rekenvoorbeeld voor zzp’ers en andere ondernemers

Stel, je bent zzp’er en rijdt in 2026 met je privéauto 15.000 zakelijke kilometers.

De berekening is dan:

15.000 km x 0,25 euro = 3.750 euro

Dat bedrag mag je aftrekken van de winst.

Waar gaat het vaak mis?

De regeling lijkt eenvoudig, maar in de praktijk ontstaan vaak misverstanden.

Een eerste fout is de aanname dat iedere werkgever automatisch 0,25 euro per kilometer moet betalen. Dat is niet zo. Fiscale ruimte is iets anders dan een verplichting. De afspraken in je arbeidsovereenkomst of cao zijn daarbij leidend.

Een tweede fout is verwarring bij ondernemers tussen wat fiscaal aftrekbaar is en wat je factureert. De kilometeraftrek van 0,25 euro per kilometer is een regel voor de winstberekening, niet automatisch een tarief richting klanten.

Een derde aandachtspunt is de vaste reiskostenvergoeding bij hybride werken. Voor een vaste vergoeding voor reizen naar een vaste werkplek geldt in 2026 dat je minimaal 128 reisdagen per jaar naar die werkplek moet reizen.

Ook bij openbaar vervoer is het goed opletten. Werkelijke OV-kosten kunnen onbelast worden vergoed als er bewijs is. Zonder dat bewijs geldt anders maximaal 0,25 euro per kilometer.

Waar check je dit?

Voor de fiscale verwerking kijk je naar de Belastingdienst, via de website, de loonaangifte of de aangifte inkomstenbelasting.

Werk je in loondienst, dan zijn ook je arbeidsovereenkomst en cao belangrijk. Daarin kan staan welke reiskostenvergoeding jouw werkgever daadwerkelijk betaalt.

Door de terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 kunnen aanpassingen in de loonadministratie nodig zijn.

Dit artikel is informatief en geen persoonlijk financieel advies. Raadpleeg voor jouw situatie een onafhankelijk adviseur.

FAQ

  • Hoe hoog is de belastingvrije kilometervergoeding in 2026?
    In 2026 is dat 0,25 euro per kilometer. Dit bedrag is verhoogd ten opzichte van 0,23 euro en geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026.

  • Geldt 0,25 euro per kilometer alleen voor de auto?
    Nee, het bedrag geldt voor alle vervoermiddelen, waaronder auto, fiets, motor en lopen.

  • Mag mijn werkgever meer dan 0,25 euro per kilometer vergoeden?
    Dat mag, maar het deel boven 0,25 euro is belast loon, tenzij het via de vrije ruimte van de WKR loopt.

  • Mag ik als zzp’er brandstof en onderhoud apart aftrekken naast de kilometeraftrek?
    Nee, die kosten zijn al inbegrepen in de 0,25 euro per kilometer voor zakelijke ritten met een privévervoermiddel.

  • Is mijn werkgever verplicht de vergoeding te verhogen naar 0,25 euro?
    Nee, dat volgt niet automatisch uit de fiscale grens. De afspraken in je arbeidsovereenkomst of cao zijn bepalend.

  • Wanneer geldt een vaste reiskostenvergoeding bij hybride werken?
    Voor reizen naar een vaste werkplek geldt in 2026 dat je minimaal 128 reisdagen per jaar naar die werkplek moet reizen.