Je kijkt op 1 januari 2026 naar je rekening. Er staat spaargeld op, misschien wat beleggingen, misschien ook nog een tweede woning of juist een schuld. Dan komt vanzelf de vraag: hoeveel belasting betaal je daarover in box 3?
Voor 2026 werkt box 3 nog niet met je echte rendement als standaard, maar met een berekend rendement. Dat is belangrijk, want je betaalt dus niet simpelweg belasting over wat je daadwerkelijk hebt verdiend met sparen of beleggen. De peildatum is 1 januari 2026. Wat je op die datum aan vermogen hebt, bepaalt in grote lijnen wat meetelt voor de vermogensbelasting in 2026.
Zo werkt box 3 in 2026
In 2026 geldt in box 3 een heffingsvrij vermogen van € 59.357 per persoon. Heb je een fiscale partner, dan is dat samen € 118.714.
Over het deel van je vermogen boven die vrijstelling betaal je niet direct 36 procent belasting. Eerst wordt een berekend rendement vastgesteld. Daarvoor gebruikt box 3 verschillende percentages, afhankelijk van het soort vermogen.
Voor 2026 zijn dat deze cijfers:
- bank- en spaartegoeden: 1,28 procent, voorlopig
- overige bezittingen, zoals beleggingen en vastgoed: 6,00 procent, definitief
- schulden: 2,70 procent, voorlopig
Over het berekende rendement betaal je vervolgens 36 procent belasting in box 3.
Dat maakt meteen duidelijk waarom de uitkomst per situatie sterk kan verschillen. Iemand met alleen spaargeld krijgt met een veel lager forfaitair rendement te maken dan iemand met beleggingen of vastgoed.
De peildatum is bepalend
Voor box 3 telt je vermogen op 1 januari 2026. Niet wat je gemiddeld in het jaar had, en ook niet wat je eind december 2026 bezit.
Dat betekent bijvoorbeeld dat een groot saldo op je spaarrekening op 1 januari 2026 meetelt, ook als je dat geld later in het jaar gebruikt voor een verbouwing of schenking. Andersom geldt hetzelfde: als je beleggingen pas na die datum koopt, vallen ze niet onder de peildatum van 2026.
De peildatum is dus een sleutelbegrip.
Hoeveel belasting over spaargeld in 2026?
Laten we beginnen met een eenvoudige situatie. Stel, je bent alleenstaand en hebt op 1 januari 2026 € 100.000 aan spaargeld. Je hebt geen schulden en geen beleggingen.
Dan trek je eerst het heffingsvrij vermogen van € 59.357 af. Er blijft dan € 40.643 over.
Over spaargeld geldt in 2026 een voorlopig forfaitair rendement van 1,28 procent. Het berekende rendement is dan:
€ 40.643 × 1,28% = ongeveer € 520,23
Daarover betaal je 36 procent belasting:
€ 520,23 × 36% = ongeveer € 187,28
In dit voorbeeld betaal je dus ongeveer € 187 box 3-belasting over 2026.
Dat laat meteen zien dat de vraag “hoeveel belasting over spaargeld” niet alleen afhangt van je saldo, maar ook van de vrijstelling en het forfaitaire percentage van dat jaar.
Belasting over beleggingen ligt vaak hoger
Heb je niet alleen spaargeld, maar ook beleggingen, dan verandert de rekensom flink. Voor overige bezittingen, zoals beleggingen en vastgoed, geldt in 2026 namelijk een forfaitair rendement van 6,00 procent. Dat is veel hoger dan de 1,28 procent voor bank- en spaartegoeden.
Stel, je bent alleenstaand en hebt op 1 januari 2026 € 150.000 aan beleggingen. Je hebt geen spaargeld en geen schulden.
Eerst trek je het heffingsvrij vermogen van € 59.357 af. Er blijft € 90.643 over.
Daarover wordt een berekend rendement genomen van 6,00 procent:
€ 90.643 × 6,00% = ongeveer € 5.438,58
De belasting is vervolgens 36 procent van dat bedrag:
€ 5.438,58 × 36% = ongeveer € 1.957,89
In dit voorbeeld betaal je dus ongeveer € 1.958 in box 3.
Het verschil met spaargeld is groot. Niet omdat het tarief anders is, want dat blijft 36 procent, maar omdat het berekende rendement voor beleggingen veel hoger ligt.
Hoe werken schulden in box 3?
Schulden kunnen je box 3-vermogen verlagen, maar niet elke euro schuld telt meteen mee. In 2026 geldt een schuldendrempel van € 3.800 per persoon. Voor fiscale partners is dat € 7.600.
Pas boven die drempel tellen schulden mee in box 3. Voor schulden geldt in 2026 een voorlopig forfaitair rendement van 2,70 procent.
Stel, je bent alleenstaand en hebt € 90.000 spaargeld en een schuld van € 10.000 op 1 januari 2026.
Van die schuld telt niet alles mee door de schuldendrempel van € 3.800. Eerst moet je dus bepalen welk deel van de schuld boven die drempel uitkomt. Vervolgens geldt voor het deel dat meetelt een forfaitair percentage van 2,70 procent.
De precieze eindberekening hangt dus af van hoe het vermogen en de schuld in jouw situatie samen uitpakken.
Fiscale partners: samen meer vrijstelling
Heb je een fiscale partner, dan is het heffingsvrij vermogen in 2026 samen € 118.714. Ook de schuldendrempel ligt dan hoger, namelijk € 7.600. Voor groen beleggen geldt voor fiscale partners een vrijstelling van circa € 53.430.
Dat kan schelen in de box 3-heffing, vooral als jullie gezamenlijke vermogen net rond de vrijstellingsgrens ligt.
Een simpel voorbeeld. Jullie hebben samen € 120.000 spaargeld en geen schulden. Dan ligt het gezamenlijke vermogen maar net boven het heffingsvrije bedrag van € 118.714. In zo’n situatie blijft dus maar een klein deel over waarover een berekend rendement wordt toegepast.
Groen beleggen in 2026
Voor groen beleggen geldt in 2026 een vrijstelling van circa € 26.715 per persoon. Voor fiscale partners is dat circa € 53.430.
Wel is het goed om te weten dat deze vrijstelling in de toekomst verandert. Volgens de nu bekende informatie wordt de vrijstelling voor groen beleggen verlaagd in 2027 en afgeschaft in 2028.
Wie in 2026 kijkt naar belasting over vermogen, doet er goed aan het jaartal erbij te houden. Regels rond vrijstellingen kunnen veranderen.
Wat als je echte rendement lager is?
Het nieuwe box 3-stelsel is uitgesteld tot minimaal 2028. De basis daarvan wordt werkelijk rendement, vanaf 2028.
Voor 2026 geldt nog het systeem met berekend rendement. Wel is er volgens de huidige informatie een mogelijkheid om een aanvraag te doen als je werkelijke rendement lager is.
Dat is relevant voor mensen die in 2026 bijvoorbeeld weinig of geen opbrengst uit hun beleggingen of spaargeld halen, terwijl het forfaitaire rendement hoger uitvalt. Hoe dat in de praktijk voor jouw situatie uitpakt, vraagt wel om een zorgvuldige beoordeling.
Let ook op andere regels in 2026
Naast box 3 speelt er in 2026 nog iets anders dat huiseigenaren kunnen tegenkomen: de Wet Hillen. De afbouw daarvan wordt versneld vanaf 1 januari 2026.
Dat is geen onderdeel van de vermogensbelasting zelf, maar het is wel een voorbeeld van een fiscale wijziging die invloed kan hebben op je totale belastingplaatje in 2026. Zeker als je je financiële situatie toch al doorrekent, is het verstandig om zulke wijzigingen mee te nemen.
Waar je in de praktijk vooral op moet letten
Als je wilt inschatten hoeveel vermogensbelasting je in 2026 betaalt, zijn deze punten het belangrijkst:
- kijk naar je vermogen op 1 januari 2026
- maak onderscheid tussen spaargeld, beleggingen of vastgoed en schulden
- trek eerst het heffingsvrij vermogen af
- houd bij schulden rekening met de schuldendrempel
- vergeet de vrijstelling voor groen beleggen niet, als die op jou van toepassing is
- besef dat de percentages voor bank- en spaartegoeden en schulden voorlopig zijn
Dit artikel is informatief en geen persoonlijk financieel advies. Raadpleeg voor jouw situatie een onafhankelijk adviseur.
FAQ
Hoeveel is het heffingsvrij vermogen in box 3 in 2026?
In 2026 is het heffingsvrij vermogen € 59.357 per persoon. Voor fiscale partners is dat samen € 118.714.
Hoe hoog is de box 3-belasting in 2026?
Het belastingtarief in box 3 is in 2026 36 procent over het berekende rendement, niet direct over je totale vermogen.
Hoeveel belasting betaal je over spaargeld in 2026?
Voor bank- en spaartegoeden geldt in 2026 een voorlopig forfaitair rendement van 1,28 procent. Daarna betaal je 36 procent belasting over dat berekende rendement, voor zover je boven het heffingsvrij vermogen uitkomt.
Hoe wordt belasting over beleggingen berekend in 2026?
Beleggingen vallen onder overige bezittingen. Daarvoor geldt in 2026 een forfaitair rendement van 6,00 procent, waarover je vervolgens 36 procent belasting betaalt.
Telt een schuld mee in box 3 in 2026?
Ja, maar pas na de schuldendrempel. Die is in 2026 € 3.800 per persoon en € 7.600 voor fiscale partners.
Komt er in 2026 al een nieuw box 3-stelsel?
Nee, het nieuwe box 3-stelsel is uitgesteld tot minimaal 2028. De basis daarvan wordt werkelijk rendement vanaf 2028.



