1. Home
  2. Onderwerpen
  3. Belasting
  4. Box 3 belasting berekenen in 2026: zo reken je belasting over spaargeld en beleggingen uit
Box 3 belasting berekenen in 2026: zo reken je belasting over spaargeld en beleggingen uit

Box 3 belasting berekenen in 2026: zo reken je belasting over spaargeld en beleggingen uit

5 min lezen

Op 1 januari telt alles mee. Niet wat je in de loop van het jaar spaart, verkoopt of belegt, maar de stand van je vermogen op die peildatum bepaalt hoe Box 3 in 2026 wordt berekend.

Dat maakt deze belasting soms minder intuïtief dan mensen denken. Zeker als je spaargeld, beleggingen en schulden door elkaar hebt lopen. Voor spaargeld geldt in 2026 namelijk een ander forfaitair rendement dan voor beleggingen, en voor schulden werkt weer een apart percentage. In dit artikel reken je stap voor stap uit hoeveel belasting je betaalt over vermogen in Box 3 in 2026, met concrete voorbeelden voor spaargeld en beleggingen.

Zo werkt de berekening in 2026

De berekening van Box 3 in 2026 verloopt in grote lijnen in zes stappen.

Eerst bepaal je de waarde van je bezittingen en schulden op 1 januari 2026. Denk bij bezittingen aan spaargeld en beleggingen.

Daarna bereken je welk deel van je schuld aftrekbaar is. Daarbij geldt een schuldendrempel van € 3.800 per persoon in 2026. Voor fiscale partners is dat € 7.600.

Vervolgens bereken je de rendementsgrondslag: je bezittingen min de aftrekbare schuld.

Daar trek je het heffingsvrij vermogen van af. In 2026 is dat € 59.357 per persoon. Voor fiscale partners is dat € 118.714. Wat daarna overblijft, is de grondslag sparen en beleggen.

Over die grondslag bereken je het voordeel uit sparen en beleggen met forfaitaire rendementen per categorie. In 2026 gelden deze percentages:

  • banktegoeden, zoals spaargeld: 1,28% voorlopig
  • overige bezittingen, zoals beleggingen: 6,00% definitief
  • schulden: 2,70% voorlopig

Tot slot vermenigvuldig je het berekende voordeel met het Box 3-tarief van 36% in 2026. Dat is de belasting die je betaalt.

De belangrijkste cijfers voor Box 3 in 2026

Voor een snelle berekening zijn dit de bedragen en percentages die je nodig hebt:

  • heffingsvrij vermogen: € 59.357 per persoon in 2026
  • heffingsvrij vermogen fiscale partners: € 118.714 in 2026
  • tarief Box 3: 36% in 2026
  • forfaitair rendement spaargeld: 1,28% voorlopig in 2026
  • forfaitair rendement beleggingen: 6,00% definitief in 2026
  • forfaitair rendement schulden: 2,70% voorlopig in 2026
  • schuldendrempel: € 3.800 per persoon in 2026
  • schuldendrempel fiscale partners: € 7.600 in 2026
  • vrijstelling contant geld: € 672 per persoon in 2026
  • vrijstelling contant geld fiscale partners: € 1.344 in 2026
  • vrijstelling groene beleggingen: € 26.715 per persoon in 2026
  • vrijstelling groene beleggingen fiscale partners: € 53.430 in 2026

Een detail dat voor veel mensen relevant is: het heffingsvrij vermogen is gestegen van € 57.684 in 2025 naar € 59.357 in 2026. Het tarief blijft 36%.

Rekenvoorbeeld: alleenstaande met spaargeld

Stel, je bent alleenstaand en hebt op 1 januari 2026 € 100.000 spaargeld.

Dan ziet de berekening er zo uit.

Je heffingsvrij vermogen is € 59.357. De grondslag sparen en beleggen wordt dan:

€ 100.000 – € 59.357 = € 40.643

Over spaargeld geldt in 2026 een forfaitair rendement van 1,28% voorlopig. Het voordeel uit sparen en beleggen is dan:

€ 40.643 x 1,28% = € 520,23

Daarover betaal je 36% belasting:

€ 520,23 x 36% = € 187,28

In dit voorbeeld betaal je dus € 187,28 Box 3-belasting in 2026.

Rekenvoorbeeld: beleggingen met schuld

Nu een situatie die in de praktijk vaker vragen oproept. Stel, je bent alleenstaand en hebt op 1 januari 2026 € 150.000 aan beleggingen en € 10.000 schuld.

De eerste stap is de aftrekbare schuld berekenen. In 2026 geldt een schuldendrempel van € 3.800 per persoon. Dat betekent:

€ 10.000 – € 3.800 = € 6.200 aftrekbare schuld

Daarna bereken je de rendementsgrondslag:

€ 150.000 – € 6.200 = € 143.800

Vervolgens trek je het heffingsvrij vermogen af:

€ 143.800 – € 59.357 = € 84.443

Dat is de grondslag sparen en beleggen.

Omdat hier zowel beleggingen als schulden meespelen, wordt het voordeel proportioneel over die grondslag berekend.

Het voordeel voor de beleggingen is:

(€ 150.000 / € 143.800) x € 84.443 x 6,00% = € 5.280,00

Het nadeel voor de schulden is:

(€ 6.200 / € 143.800) x € 84.443 x 2,70% = € 98,00

Het netto voordeel uit sparen en beleggen wordt dan:

€ 5.280,00 – € 98,00 = € 5.182,00

Daarover betaal je 36% Box 3-belasting:

€ 5.182,00 x 36% = € 1.865,52

In dit voorbeeld komt de te betalen belasting uit op € 1.865,52.

Waar veel mensen de fout in gaan

Een klassieke vergissing is dat mensen kijken naar hun werkelijke rendement en denken dat dit automatisch de belasting bepaalt. Voor Box 3 geldt in 2026 nog een systeem met fictief rendement, en dat geldt nog tot en met 2027.

Ook de peildatum wordt vaak onderschat. De samenstelling van je vermogen op 1 januari is cruciaal. Heb je later in het jaar meer gespaard of juist beleggingen verkocht, dan verandert dat de peildatum voor die aangifte niet.

Bij schulden gaat het ook regelmatig mis. Niet elke schuld telt zomaar mee, en bovendien geldt eerst de drempel. Pas het deel boven € 3.800 per persoon in 2026 is aftrekbaar.

Groene beleggingen en contant geld

Voor sommige vermogensbestanddelen gelden aparte vrijstellingen.

Voor groene beleggingen is de vrijstelling in 2026 € 26.715 per persoon. Voor fiscale partners is dat € 53.430. Deze vrijstelling vervalt per 2028.

Voor contant geld geldt in 2026 een vrijstelling van € 672 per persoon. Voor fiscale partners is dat € 1.344.

Tegenbewijsregeling bij lager werkelijk rendement

Er is een tegenbewijsregeling mogelijk als je werkelijke rendement lager is dan het berekende fictieve rendement. Dat kan relevant zijn als de forfaitaire uitkomst duidelijk hoger ligt dan wat je daadwerkelijk hebt behaald.

Waar je dit regelt

De aangifte loopt via de Belastingdienst, in Mijn Belastingdienst en via de aangifte inkomstenbelasting.

De aangifte inkomstenbelasting moet meestal vóór 1 mei van het volgende jaar binnen zijn.

Dit artikel is informatief en geen persoonlijk financieel advies. Raadpleeg voor jouw situatie een onafhankelijk adviseur.

FAQ

  • Hoe bereken ik Box 3-belasting over spaargeld in 2026?
    Trek eerst het heffingsvrij vermogen van € 59.357 per persoon af van je spaargeld op 1 januari 2026. Over het restant reken je met 1,28% forfaitair rendement en daarna 36% belasting.

  • Hoe werkt Box 3 bij beleggingen in 2026?
    Voor beleggingen geldt in 2026 een forfaitair rendement van 6,00%. Heb je ook schulden, dan worden beleggingen en schulden proportioneel meegenomen in de berekening van het voordeel.

  • Welke peildatum geldt voor vermogen in Box 3?
    De peildatum is 1 januari 2026. De waarde en samenstelling van je vermogen op die dag zijn bepalend voor de berekening.

  • Hoeveel heffingsvrij vermogen heb je in 2026?
    In 2026 is het heffingsvrij vermogen € 59.357 per persoon en € 118.714 voor fiscale partners.

  • Wanneer is schuld aftrekbaar in Box 3?
    In 2026 geldt eerst een schuldendrempel van € 3.800 per persoon en € 7.600 voor fiscale partners. Alleen het deel boven die drempel telt mee als aftrekbare schuld.

  • Geldt Box 3 voor fiscale partners ook samen?
    Ja, voor fiscale partners gelden gezamenlijke bedragen voor onder meer het heffingsvrij vermogen, de schuldendrempel en bepaalde vrijstellingen.