1. Home
  2. Onderwerpen
  3. Pensioen
  4. Verhoging pensioenen 2026: wat verandert er en wat betekent dat voor je netto inkomen?
Verhoging pensioenen 2026: wat verandert er en wat betekent dat voor je netto inkomen?

Verhoging pensioenen 2026: wat verandert er en wat betekent dat voor je netto inkomen?

6 min lezen

Een paar tientjes extra per maand kunnen op pensioenleeftijd veel verschil maken. In 2026 verandert er op twee fronten iets dat je portemonnee raakt: de AOW beweegt mee met het minimumloon en veel pensioenfondsen stappen over op het nieuwe pensioenstelsel. Daardoor kan je bruto uitkering omhooggaan, maar je netto inkomen hangt uiteindelijk af van wat er aan loonheffing en bijdrage Zorgverzekeringswet afgaat.

Vooral dat laatste zorgt vaak voor verwarring. Een hogere pensioenuitkering betekent namelijk niet automatisch dat hetzelfde bedrag netto op je rekening komt. Daarom is het handig om de verhoging van pensioenen in 2026 niet alleen bruto te bekijken, maar juist door te rekenen naar wat je maandelijks overhoudt.

Waar de verhoging in 2026 vandaan komt

De eerste bron van stijging is de AOW. Die wordt in 2026 twee keer per jaar aangepast, in januari en juli, omdat de uitkering is gekoppeld aan het minimumloon.

Per 1 juli 2026 gelden deze maandbedragen voor de AOW:

Voor alleenstaanden is de bruto AOW €1.662,16 per maand. Met loonheffingskorting komt dat netto uit op €1.581,55 per maand.

Voor gehuwden of samenwonenden is de bruto AOW €1.139,39 per persoon per maand. Met loonheffingskorting is dat netto €1.084,13 per persoon per maand.

Daar komt vakantiegeld bovenop. Voor alleenstaanden is dat in 2026 €104,78 bruto per maand aan opbouw, uitbetaald in mei 2027. Voor gehuwden of samenwonenden is dat €74,85 bruto per persoon per maand aan opbouw, ook met uitbetaling in mei 2027.

Een tweede bron van verandering is het aanvullende pensioen via werkgever of pensioenfonds. Die verhoging verschilt per fonds. Indexatie blijft afhankelijk van het beleid en de financiële positie van het fonds. Tegelijk stappen veel fondsen per 1 januari 2026 over op de Wet toekomst pensioenen.

Waarom het nieuwe pensioenstelsel ertoe doet

Sinds 1 juli 2023 geldt de Wet toekomst pensioenen. Veel pensioenfondsen zetten per 1 januari 2026 de stap naar het nieuwe stelsel. Uiterlijk 1 januari 2028 moet die overgang zijn afgerond. Per 1 januari 2026 stappen ruim 9,5 miljoen pensioenen over.

In dat nieuwe stelsel stijgen pensioenen makkelijker en transparanter, en het systeem sluit beter aan op flexibele loopbanen. De opbouw verschuift naar een premieregeling met een eigen pensioenpot. De uiteindelijke uitkering beweegt mee met beleggingsresultaten. Om schommelingen op te vangen is er een solidariteitsreserve. Ook zijn buffers gerichter inzetbaar en is er minder buffer nodig, waardoor meer geld naar de uitkering kan gaan.

Dat kan direct effect hebben op pensioenbedragen. De gemiddelde verhoging bij fondsen die al overgingen naar het nieuwe stelsel was structureel 14%. Sommige fondsen verhogen pensioenen met 5% tot 20% of meer bij de overstap.

Er zijn ook concrete voorbeelden in 2026. Pensioenfonds Vervoer verhoogt pensioenen met 4,12% per 1 januari 2026. PMA verhoogt pensioenen met 1,66% per 1 april 2026.

Belangrijk is wel om die verhoging goed te duiden. Een stijging bij het invaren naar het nieuwe stelsel is geen gratis extraatje, maar een andere verdeling van bestaande buffers.

Wat betekent dit voor je netto inkomen

Netto inkomen uit pensioen bestaat uit je bruto AOW plus je bruto aanvullende pensioen, min loonheffing en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet.

Voor gepensioneerden is de bijdrage Zorgverzekeringswet in 2026 4,85%. Voor AOW-gerechtigden geldt in 2026 in box 1 een tarief van 17,85% in de eerste schijf.

Daarnaast spelen heffingskortingen een rol. De algemene heffingskorting wordt in 2026 afgebouwd boven een jaarinkomen van €29.736. Ook bestaan in 2026 onder meer de alleenstaandeouderenkorting van €540 en de jonggehandicaptenkorting van €923.

In de praktijk maakt vooral de loonheffingskorting veel uit. Die pas je het best toe bij één uitkeringsinstantie. Doe je dat bij meerdere instanties, dan is de kans op een naheffing groot.

Rekenvoorbeeld: alleen AOW

Neem een alleenstaande AOW’er van 67 jaar, per 1 juli 2026, zonder aanvullend pensioen.

De bruto AOW is dan €1.662,16 per maand. De bijdrage Zorgverzekeringswet is 4,85% van dat bedrag, oftewel €80,61.

De berekening is dan:

€1.662,16 min €80,61 = €1.581,55 netto per maand

In dit voorbeeld is de loonheffing met loonheffingskorting €0, omdat de heffingskortingen hoger zijn dan de belasting.

Dat laat goed zien waarom bruto en netto dicht bij elkaar kunnen liggen als je alleen AOW ontvangt.

Rekenvoorbeeld: AOW plus aanvullend pensioen

Stel dat dezelfde alleenstaande naast AOW ook een aanvullend pensioen van €1.000,00 bruto per maand ontvangt, per 1 juli 2026.

Dan ziet het plaatje er zo uit:

  • Bruto AOW: €1.662,16
  • Bruto aanvullend pensioen: €1.000,00
  • Totaal bruto inkomen: €2.662,16
  • Zvw-bijdrage 4,85% over totaal bruto: €129,11

De loonheffing hangt in deze situatie af van de exacte heffingskortingen en van de vraag bij welke instantie de loonheffingskorting is toegepast. Daardoor verschilt het nettobedrag per persoon.

Wel is de hoofdregel duidelijk: zodra er naast AOW ook aanvullend pensioen binnenkomt, loopt het verschil tussen bruto en netto verder op.

Zonder loonheffingskorting is het verschil groot

Wie geen loonheffingskorting laat toepassen, houdt duidelijk minder over.

Per 1 juli 2026 is de netto AOW voor een alleenstaande zonder loonheffingskorting €1.285,22 per maand. Voor een gehuwde of samenwonende is dat €880,96 per persoon per maand.

Dat verschil maakt meteen duidelijk waarom de keuze voor loonheffingskorting belangrijk is. Pas je die op meerdere plekken tegelijk toe, dan kan dat later juist weer een belastingaanslag opleveren.

Voor wie gelden deze veranderingen

De AOW-leeftijd geldt voor iedereen die in Nederland woont of werkt en de AOW-leeftijd bereikt. Die leeftijd is in 2026 67 jaar.

Aanvullend pensioen geldt voor werknemers die via hun werkgever pensioen opbouwen.

De overgang naar het nieuwe pensioenstelsel raakt alle pensioendeelnemers in Nederland. Dat zijn zowel werkenden als mensen die al pensioen ontvangen, afhankelijk van het fonds en het moment van overstap.

Waar je op moet letten als je je inkomen wilt inschatten

Als je wilt weten wat de verhoging voor jouw situatie betekent, kijk dan niet alleen naar het bruto pensioenbedrag op de brief van de SVB of het pensioenfonds. Let ook op drie praktische punten.

Controleer eerst of het om AOW, aanvullend pensioen of allebei gaat. De AOW stijgt in 2026 in januari en juli mee met het minimumloon, terwijl een aanvullend pensioen afhangt van je fonds.

Kijk daarna waar de loonheffingskorting staat ingeschakeld. Die hoort bij één uitkeringsinstantie.

Controleer tot slot of jouw pensioenfonds in 2026 overgaat naar het nieuwe stelsel. Juist dan kan het bedrag veranderen door een andere inzet van buffers en de nieuwe manier van pensioen opbouwen en uitkeren.

Voor een actueel overzicht kun je terecht bij SVB.nl voor AOW-bedragen, mijnpensioenoverzicht.nl voor je totale pensioen, belastingdienst.nl voor tarieven en heffingskortingen, nibud.nl voor inzicht in je uitgaven na pensionering en rijksoverheid.nl of pensioenduidelijkheid.nl voor informatie over de Wet toekomst pensioenen.

Dit artikel is informatief en geen persoonlijk financieel advies. Raadpleeg voor jouw situatie een onafhankelijk adviseur.

FAQ

Gaat de AOW in 2026 omhoog?

Ja. De AOW stijgt in 2026 twee keer per jaar, in januari en juli, omdat de uitkering is gekoppeld aan het minimumloon.

Wat is de netto AOW voor een alleenstaande per 1 juli 2026?

Met loonheffingskorting is dat €1.581,55 per maand. Zonder loonheffingskorting is dat €1.285,22 per maand.

Hoe hoog is de AOW voor samenwonenden in 2026?

Per 1 juli 2026 is de bruto AOW €1.139,39 per persoon per maand. Netto is dat €1.084,13 per persoon per maand met loonheffingskorting.

Waarom is mijn netto pensioen lager dan het bruto bedrag?

Omdat er loonheffing en een inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet van 4,85% overheen gaan. Bij aanvullend pensioen kan het verschil tussen bruto en netto daardoor oplopen.

Krijgen alle pensioenfondsen in 2026 dezelfde verhoging?

Nee. De verhoging van aanvullend pensioen verschilt per fonds en hangt af van fondsbeleid, financiële positie en eventueel de overstap naar het nieuwe stelsel.

Wanneer stappen pensioenfondsen over op het nieuwe stelsel?

Veel fondsen stappen per 1 januari 2026 over. Uiterlijk 1 januari 2028 moet de overgang zijn afgerond.