1. Home
  2. Onderwerpen
  3. Belasting
  4. Tweede woning kopen: kosten, financiering en belasting op een rij
Tweede woning kopen: kosten, financiering en belasting op een rij

Tweede woning kopen: kosten, financiering en belasting op een rij

6 min lezen

De aankoopprijs is pas het begin. Wie een tweede woning koopt, krijgt meteen te maken met overdrachtsbelasting, notariskosten, eigen geld en daarna elk jaar met belasting in box 3.

Dat maakt deze stap financieel heel anders dan een eerste koopwoning. Een vakantiewoning, een verhuurd huis of een appartement dat niet je hoofdverblijf is, valt namelijk niet in box 1, maar in box 3. Ook de financiering werkt anders: vaak kun je maar een deel met een hypotheek betalen en moet de rest uit eigen middelen komen.

Hieronder zet ik de kosten, financiering en belasting van een tweede woning overzichtelijk op een rij, met rekenvoorbeelden voor 2024.

Welke kosten komen direct kijken bij de aankoop?

Bij aankoop betaal je in elk geval overdrachtsbelasting en kosten koper.

Voor een tweede woning is de overdrachtsbelasting 10,4 procent van de koopsom in 2024 en 2025. Vanaf 2026 daalt dit tarief naar 8 procent.

Koop je in 2024 een tweede woning van 300.000 euro, dan is de overdrachtsbelasting 31.200 euro. Bij een woning van 400.000 euro loopt dat op naar 41.600 euro.

Daarnaast krijg je te maken met notariskosten. In het rekenvoorbeeld hieronder zijn de notariskosten indicatief 1.640 euro voor de eigendomsakte en hypotheekakte.

Belangrijk is ook dat kosten koper, zoals overdrachtsbelasting en notariskosten, niet mee te financieren zijn in de hypotheek. Dat bedrag moet je dus zelf kunnen betalen.

Hoe financier je een tweede woning?

Bij een tweede huis werkt de hypotheek meestal strakker dan bij een eigen woning. Vaak is maximaal 70 tot 80 procent van de woningwaarde te financieren. De rest moet je met eigen geld inbrengen.

Een andere route kan zijn om overwaarde van je hoofdwoning te benutten. Daarmee kun je een deel van de aankoop of bijkomende kosten opvangen.

Dat betekent in de praktijk dat je niet alleen naar de koopsom moet kijken, maar ook naar het bedrag dat je direct beschikbaar moet hebben. Zeker bij een woning van enkele tonnen kan dat flink oplopen, omdat je naast de eigen inbreng ook de kosten koper zelf betaalt.

Hoe zit het met belasting op een tweede woning?

Een tweede woning valt in box 3, de box voor inkomen uit sparen en beleggen. Dat geldt voor iedereen die een woning bezit die niet het hoofdverblijf is, dus ook voor vakantiewoningen en verhuurde woningen.

De basis voor de belasting is de WOZ-waarde. Daarbij geldt als peildatum 1 januari van het jaar vóór het aangiftejaar.

In box 3 betaal je geen belasting over de werkelijke huur of waardestijging, maar over een forfaitair rendement, dus een fictief rendement. Voor 2024 en 2025 is het box 3-tarief 36 procent. Ook voor 2026 is dit 36 procent.

Voor overige bezittingen geldt een forfaitair rendement van 6,04 procent in 2024. Voor 2025 is dit voorlopig 5,88 procent. Voor schulden geldt 2,61 procent in 2024 en voorlopig 2,62 procent in 2025.

In 2024 is het heffingsvrij vermogen 57.000 euro per persoon. Voor fiscale partners is dat samen 114.000 euro.

Zo wordt box 3 berekend

De berekening bestaat grofweg uit een paar stappen.

Eerst bepaal je de WOZ-waarde van de woning. Die telt mee als bezitting in box 3.

Daarna kijk je of er een schuld tegenover staat, bijvoorbeeld een hypotheek op de tweede woning. Die schuld verlaagt je box 3-grondslag volgens de regels voor schulden.

Vervolgens pas je het heffingsvrije vermogen toe. Wat daarna overblijft, vormt de grondslag voor de heffing.

De formules zijn als volgt:

Box 3-belasting = (forfaitair rendement over bezittingen – forfaitair rendement over schulden) x box 3-tarief.

Forfaitair rendement bezittingen = WOZ-waarde x forfaitair percentage overige bezittingen.

Forfaitair rendement schulden = (schulden – schuldendrempel) x forfaitair percentage schulden.

Voor 2026 is de schuldendrempel in box 3 3.800 euro.

Rekenvoorbeeld 1: alleenstaande zonder hypotheek op de tweede woning

Stel, je koopt in 2024 een tweede woning voor 300.000 euro en betaalt deze volledig met eigen geld.

De directe aankoopkosten zijn dan:

  • Koopsom: 300.000 euro
  • Overdrachtsbelasting 2024: 10,4 procent van 300.000 euro = 31.200 euro
  • Notariskosten indicatief: 1.640 euro

Voor box 3 in 2024 neem je een WOZ-waarde van 300.000 euro, met peildatum 1 januari 2024. Er is geen hypotheekschuld op de woning.

Dan ziet de berekening er zo uit:

  • WOZ-waarde: 300.000 euro
  • Heffingsvrij vermogen 2024: 57.000 euro
  • Belastbaar vermogen: 300.000 euro – 57.000 euro = 243.000 euro
  • Forfaitair rendement 2024: 243.000 euro x 6,04 procent = 14.677,20 euro
  • Box 3-belasting 2024: 14.677,20 euro x 36 procent = 5.283,79 euro per jaar

Dit voorbeeld laat goed zien dat de jaarlijkse belasting ook zonder huurinkomsten of verkoopwinst al merkbaar kan zijn.

Rekenvoorbeeld 2: fiscale partners met hypotheek op de tweede woning

Een tweede situatie: fiscale partners kopen in 2024 samen een woning van 400.000 euro en sluiten daarvoor een hypotheek af van 250.000 euro.

De aankoopkosten zijn dan:

  • Koopsom: 400.000 euro
  • Overdrachtsbelasting 2024: 10,4 procent van 400.000 euro = 41.600 euro
  • Hypotheek: 250.000 euro
  • Rest uit eigen geld

Voor box 3 is de WOZ-waarde 400.000 euro. Het gezamenlijke heffingsvrije vermogen is 114.000 euro.

In dit voorbeeld wordt voor de schuldendrempel de drempel van 2026 gebruikt als indicatie: 3.800 euro.

De berekening:

  • Bezittingen: 400.000 euro
  • Schulden boven drempel: 250.000 euro – 3.800 euro = 246.200 euro
  • Grondslag sparen en beleggen: 400.000 euro – 246.200 euro = 153.800 euro
  • Na aftrek heffingsvrij vermogen: 153.800 euro – 114.000 euro = 39.800 euro

Daarna volgt het forfaitaire rendement:

  • Forfaitair rendement bezittingen: 400.000 euro x 6,04 procent = 24.160 euro
  • Forfaitair rendement schulden: 246.200 euro x 2,61 procent = 6.427,82 euro
  • Netto forfaitair rendement: 24.160 euro – 6.427,82 euro = 17.732,18 euro
  • Box 3-belasting 2024: 17.732,18 euro x 36 procent = 6.383,58 euro per jaar

Een hypotheek verlaagt dus de grondslag, maar neemt de box 3-heffing niet automatisch weg.

Waar gaat het vaak mis?

Een veelgemaakte fout is denken dat de rente op de hypotheek van een tweede woning aftrekbaar is in box 1. Dat is niet zo.

Ook ontstaat vaak verwarring tussen box 1 en box 3. Een tweede woning valt in principe altijd in box 3, niet in box 1. Alleen bij verhuur waarbij sprake is van meer dan normaal vermogensbeheer kan box 1 in beeld komen.

Een ander punt is de financiering van de bijkomende kosten. Overdrachtsbelasting en notariskosten kun je niet meefinancieren in de hypotheek. Wie alleen naar de maximale lening kijkt, komt daardoor soms eigen geld tekort bij de overdracht.

Waar regel en controleer je dit?

Voor de belastingaangifte en box 3-gegevens gebruik je de Belastingdienst, via belastingdienst.nl en Mijn Belastingdienst.

Voor eigendomsinformatie en tarieven kun je terecht bij het Kadaster via kadaster.nl.

Voor de transportakte en hypotheekakte heb je een notaris nodig.

De aangifte inkomstenbelasting moet jaarlijks vóór 1 mei binnen zijn. Voor de WOZ-waarde geldt als peildatum 1 januari van het jaar vóór het aangiftejaar.

Dit artikel is informatief en geen persoonlijk financieel advies. Raadpleeg voor jouw situatie een onafhankelijk adviseur.

FAQ

Hoeveel overdrachtsbelasting betaal je voor een tweede woning?

In 2024 en 2025 is dat 10,4 procent van de koopsom. Vanaf 2026 daalt dit tarief naar 8 procent.

Valt een tweede woning in box 1 of box 3?

Een woning die niet je hoofdverblijf is, valt in box 3. Alleen bij meer dan normaal vermogensbeheer bij verhuur kan box 1 in beeld komen.

Kun je een tweede woning volledig financieren met een hypotheek?

Vaak niet. Bij een tweede woning is vaak maximaal 70 tot 80 procent te financieren, waardoor je ook eigen geld nodig hebt.

Is de hypotheekrente van een tweede woning aftrekbaar?

Nee. De rente op de hypotheek van een tweede woning is niet aftrekbaar in box 1.

Welke waarde gebruik je voor de belasting?

Voor box 3 gebruik je de WOZ-waarde. Daarbij geldt als peildatum 1 januari van het jaar vóór het aangiftejaar.

Wanneer moet je de tweede woning opgeven bij de Belastingdienst?

De woning telt mee in je jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting. Die aangifte moet vóór 1 mei worden ingediend.